Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. imprecation:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor imprecation (Engels) in het Zweeds

imprecation:

imprecation [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the imprecation (malediction; curse; anathema; swear-word)
    förbannelse

Vertaal Matrix voor imprecation:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
förbannelse anathema; curse; imprecation; malediction; swear-word damnation
- malediction

Synoniemen voor "imprecation":


Verwante definities voor "imprecation":

  1. the act of calling down a curse that invokes evil (and usually serves as an insult)1
    • he suffered the imprecations of the mob1
  2. a slanderous accusation1

Wiktionary: imprecation

imprecation
noun
  1. a curse
  2. act of imprecating, or invoking evil upon someone