Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. quirk:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor quirk (Engels) in het Zweeds

quirk:

quirk [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the quirk (whim; caprice; mood; spur of the moment; fancy)
    infall; nyck
    • infall [-ett] zelfstandig naamwoord
    • nyck [-en] zelfstandig naamwoord
  2. the quirk (tic; nervous tremor)
    hyffs
    • hyffs zelfstandig naamwoord
  3. the quirk (nervous spasm; twitch; nervous tremor; tic)
    nervryck

Vertaal Matrix voor quirk:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hyffs nervous tremor; quirk; tic
infall caprice; fancy; mood; quirk; spur of the moment; whim burst; caprice; impulse; spur of the moment; whim
nervryck nervous spasm; nervous tremor; quirk; tic; twitch
nyck caprice; fancy; mood; quirk; spur of the moment; whim caprice; impulse; whim
- crotchet; oddity; queerness; quirkiness
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
extraförmån fringe benifit; perquisite; quirk

Verwante woorden van "quirk":

  • quirks

Synoniemen voor "quirk":


Verwante definities voor "quirk":

  1. a narrow groove beside a beading1
  2. a strange attitude or habit1
  3. twist or curve abruptly1
    • She quirked her head in a peculiar way1

Wiktionary: quirk

quirk
noun
  1. idiosyncrasy

Cross Translation:
FromToVia
quirk egenhet; egendomlighet EigenheitMerkwürdigkeit, Auffälligkeit , die jemand oder etwas aufweist
quirk egenhet Mackesalopp; auf Personen bezogen: sonderbare Eigenart