Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. sparrow:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor sparrow (Engels) in het Zweeds

sparrow:

sparrow [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the sparrow
    sparv
    • sparv [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor sparrow:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sparv sparrow
- Prunella modularis; dunnock; hedge sparrow; true sparrow

Verwante woorden van "sparrow":

  • sparrows

Synoniemen voor "sparrow":

  • true sparrow; passerine; passeriform bird
  • hedge sparrow; dunnock; Prunella modularis; accentor

Verwante definities voor "sparrow":

  1. small brownish European songbird1
  2. any of several small dull-colored singing birds feeding on seeds or insects1

Wiktionary: sparrow

sparrow
noun
  1. Passer domesticus
  2. -

Cross Translation:
FromToVia
sparrow sparv musPasseridae, een zangvogel behorend tot de wevervogels die zelden ver van de mensen nestelt
sparrow sparv SpatzOrnithologie: der Sperling (Passer), ein körnerfressender Singvogel, speziell der Haussperling (P. domesticus)
sparrow sparv SperlingOrnithologie: eine Vogelfamilie, kleine Finkenvögel mit kegelförmigem Schnabel, leben von Sämereien und Insekten
sparrow sparv AmmerOrnithologie: ein Vogel der Familie der Ammern (Emberizidae)
sparrow sparv; gråsparv; tätting moineau — ornithol|nocat Une des espèces de petits oiseaux passereaux trapus au bec court et au plumage brunâtre et clair qui fait son nid dans les trous des murailles ou de tout bâtiment.
sparrow sparv; gråsparv; tätting passereaumoineau.

Verwante vertalingen van sparrow