Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. stinking:
  2. stink:
  3. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor stinking (Engels) in het Zweeds

stinking:

stinking bijvoeglijk naamwoord

  1. stinking (smelly)
    illaluktande
  2. stinking (smoky; smelly; malodorous; malodourous)
    osig; rökig; osigt; rökigt
    • osig bijvoeglijk naamwoord
    • rökig bijvoeglijk naamwoord
    • osigt bijvoeglijk naamwoord
    • rökigt bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor stinking:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- crappy; fetid; foetid; foul; foul-smelling; funky; icky; ill-scented; lousy; noisome; rotten; shitty; smelly; stinky
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
illaluktande smelly; stinking
osig malodorous; malodourous; smelly; smoky; stinking
osigt malodorous; malodourous; smelly; smoky; stinking
rökig malodorous; malodourous; smelly; smoky; stinking smoky
rökigt malodorous; malodourous; smelly; smoky; stinking smoky

Verwante woorden van "stinking":


Synoniemen voor "stinking":


Verwante definities voor "stinking":

  1. offensively malodorous1
  2. very bad1
    • it's a stinking world1

stinking vorm van stink:

to stink werkwoord (stinks, stank, stinking)

  1. to stink (smell; have something fishy about it)
    stinka; lukta illa
    • stinka werkwoord (stinker, stank, stunkit)
    • lukta illa werkwoord (luktar illa, luktade illa, luktat illa)

Conjugations for stink:

present
  1. stink
  2. stink
  3. stinks
  4. stink
  5. stink
  6. stink
simple past
  1. stank
  2. stank
  3. stank
  4. stank
  5. stank
  6. stank
present perfect
  1. have stunk
  2. have stunk
  3. has stunk
  4. have stunk
  5. have stunk
  6. have stunk
past continuous
  1. was stinking
  2. were stinking
  3. was stinking
  4. were stinking
  5. were stinking
  6. were stinking
future
  1. shall stink
  2. will stink
  3. will stink
  4. shall stink
  5. will stink
  6. will stink
continuous present
  1. am stinking
  2. are stinking
  3. is stinking
  4. are stinking
  5. are stinking
  6. are stinking
subjunctive
diverse
  1. stink!
  2. let's stink!
  3. stinked
  4. stinking
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

stink [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the stink (stench; nasty smell; bad odour; bad smell)
    stank
    • stank [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor stink:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
stank bad odour; bad smell; nasty smell; stench; stink odor; odour; rancidity; scent; smell
- fetor; foetor; malodor; malodour; mephitis; reek; stench
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lukta illa have something fishy about it; smell; stink
stinka have something fishy about it; smell; stink
- reek

Verwante woorden van "stink":


Synoniemen voor "stink":


Verwante definities voor "stink":

  1. a distinctive odor that is offensively unpleasant1
  2. smell badly and offensively1
  3. be extremely bad in quality or in one's performance1
    • This term paper stinks!1

Wiktionary: stink

stink
verb
  1. have a strong bad smell
  2. informal: be greatly inferior
  3. give an impression of dishonesty or untruth
noun
  1. strong bad smell

Cross Translation:
FromToVia
stink stinka stinken — een onaangename geur hebben
stink unkenhet Mief — (umgangssprachlich) schlechte, abgestandene, stickige Luft in einem ungelüfteten Raum
stink stinka; lukta illa; lukta unket müffelnregional (besonders nord- und mitteldeutsch, schweizerisch) umgangssprachlich: unangenehm nach etwas riechen
stink stank puanteur — Odeur fétide
stink stinka puersentir mauvais.