Spaans

Uitgebreide vertaling voor flexibles (Spaans) in het Nederlands

flexibles:

flexibles [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el flexibles (cables)
    de snoeren; de elektriciteitssnoeren

Vertaal Matrix voor flexibles:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
elektriciteitssnoeren cables; flexibles cables de corriente eléctrica; corrientes principales; hilos conductores
snoeren cables; flexibles cordones; cuerdas
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
snoeren atar

Verwante woorden van "flexibles":


flexible:

flexible bijvoeglijk naamwoord

  1. flexible (dúctil; plegable; versátil; elástico; formable)
    flexibel; soepel; buigbaar
  2. flexible (elástico)
    veerkrachtig; rekbaar; elastisch
  3. flexible (elástico)
    verend
    • verend bijvoeglijk naamwoord
  4. flexible (dócil; doblegable; manejable; elástico)
    buigzaam; flexibel; meegaand; soepel
  5. flexible (ágil; elástico)
    lenig; soepel
    • lenig bijvoeglijk naamwoord
    • soepel bijvoeglijk naamwoord
  6. flexible
    buigzaam
  7. flexible (plegable; manejable; elástico; )
    vouwbaar; plooibaar
  8. flexible (dócil; indulgente; dúctil; )
    inschikkelijk; soepel; meegaand; gewillig; toegeeflijk; gedwee; toegevend
  9. flexible (moldeable; manejable; versátil; )
    kneedbaar; vormbaar

flexible [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el flexible (hilo; cable)
    de elektriciteitsdraad; het snoer; het snoertje

Vertaal Matrix voor flexible:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
elektriciteitsdraad cable; flexible; hilo
snoer cable; flexible; hilo cadena; cadenilla; cadenita; cerco; ciclo; collar; cordón circunvalatorio; corona; círculo; esfera; esposas; gama; gargantilla; grillos; halo; halón; hilera; ojera; progresión; secuencia; serie; sucesión
snoertje cable; flexible; hilo
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
buigbaar dúctil; elástico; flexible; formable; plegable; versátil
buigzaam doblegable; dócil; elástico; flexible; manejable
elastisch elástico; flexible
flexibel doblegable; dócil; dúctil; elástico; flexible; formable; manejable; plegable; versátil
gedwee complaciente; condescendiente; dócil; dúctil; elástico; flexible; indulgente; manejable; obediente; obsequioso complaciente; dócil; dúctil; indulgente; sometido; subordinado; sujeto a; sumiso
gewillig complaciente; condescendiente; dócil; dúctil; elástico; flexible; indulgente; manejable; obediente; obsequioso dispuesto; inclinado
inschikkelijk complaciente; condescendiente; dócil; dúctil; elástico; flexible; indulgente; manejable; obediente; obsequioso afable; amable; asiduo; atento; complaciente; dispuesto a ayudar; indulgente; obsequioso; servicial
kneedbaar dócil; elástico; flexible; formable; manejable; moldeable; obediente; pastoso; plegable; plástico; suave; transigente; versátil
lenig elástico; flexible; ágil
meegaand complaciente; condescendiente; doblegable; dócil; dúctil; elástico; flexible; indulgente; manejable; obediente; obsequioso complaciente; dócil; dúctil; indulgente; sometido; subordinado; sujeto a; sumiso
plooibaar elástico; flexible; formable; manejable; moldeable; pastoso; plegable; transigente
rekbaar elástico; flexible
soepel complaciente; condescendiente; doblegable; dócil; dúctil; elástico; flexible; formable; indulgente; manejable; obediente; obsequioso; plegable; versátil; ágil
toegevend complaciente; condescendiente; dócil; dúctil; elástico; flexible; indulgente; manejable; obediente; obsequioso
veerkrachtig elástico; flexible
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
toegeeflijk complaciente; condescendiente; dócil; dúctil; elástico; flexible; indulgente; manejable; obediente; obsequioso
verend elástico; flexible
vormbaar dócil; elástico; flexible; formable; manejable; moldeable; obediente; pastoso; plegable; plástico; suave; transigente; versátil
vouwbaar elástico; flexible; formable; manejable; moldeable; pastoso; plegable; transigente

Verwante woorden van "flexible":


Synoniemen voor "flexible":


Wiktionary: flexible

flexible
adjective
  1. het vermogen hebbend gebogen te worden
  2. met soepele ledematen
  3. lenig, buigzaam
  4. gemakkelijk buigend en zich aanpassend

Cross Translation:
FromToVia
flexible buigzaam flexible — easily bent without breaking
flexible soepel; flexibel flexibelTechnik: Eigenschaft von Körpern, sich leicht mechanisch verändern zu lassen
flexible soepel; buigzaam; lenig; buigbaar; smijdig; elastisch; rekbaar; veerkrachtig souple — Qui est flexible, qui se plier aisément sans se rompre, sans s’abîmer.