Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. señorío:
  2. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor señorío (Spaans) in het Nederlands

señorío:

señorío [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el señorío (dominio; poder; supremacía; autoridad)
    de heerschappij; de autoriteit; het gezag; de macht
    • heerschappij [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • autoriteit [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • gezag [het ~] zelfstandig naamwoord
    • macht [de ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor señorío:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
autoriteit autoridad; dominio; poder; señorío; supremacía autoridad
gezag autoridad; dominio; poder; señorío; supremacía administración; alacena; armario de gabinete; autoridad; consejo de ministros; cómoda; gabinete; galería de arte; gobernante; gobierno; poder; potencia; potencial; régimen; sala de arte; soberano
heerschappij autoridad; dominio; poder; señorío; supremacía
macht autoridad; dominio; poder; señorío; supremacía acción; ascendiente; autoridad; capacidad; dinamismo; dominio; energía; fortaleza; fuerza; influencia; poder; potencia; potencial; potestad; vigencia; vigor; vitalidad

Verwante woorden van "señorío":

  • señoríos, señoría, señorías

Synoniemen voor "señorío":

  • behetría; comarca; demarcación; feudo

Wiktionary: señorío

señorío
noun
  1. een handwerkvak dat vaak aanzienlijke vaardigheden vereist
  2. geschiedenis|nld een in de Vroege Middeleeuwen ontstane wijze van exploitatie van landgoederen (hoven, domeinen) op basis van het tweeledig domein
  3. adellijk grondbezit
  4. de waardigheid van heer
  5. 3