Overzicht
Frans naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. nuisance:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor nuisance (Frans) in het Spaans

nuisance:

nuisance [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la nuisance (embarras; gêne)
    la molestia
  2. la nuisance

Vertaal Matrix voor nuisance:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
molestia embarras; gêne; nuisance affection; agacement; amalgame; batifolage; bric-à-brac; bride; chamailleries; complication; difficulté; discorde; déplaisir; dérangement; désaccord; désagrément; embarras; emmerdement; emmerdements; empêchement; engueulades; ennui; ennuis; entrave; folâtrerie; gêne; inconfort; inconvénient; mal; maladie chronique; mécontentement; mélange; méli-mélo; obstacle; obstruction; pot-pourri; pêle-mêle; querelle; querelles; ramassis; rassemblement; salade; saletés; soucis; tintouin; tracas; troupe; tumulte; ébats
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
agente nocivo nuisance

Synoniemen voor "nuisance":


Wiktionary: nuisance