Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. les:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor les (Frans) in het Nederlands


les bijvoeglijk naamwoord

  1. les (leur; eux)
    hun; hen
    • hun bijvoeglijk naamwoord
    • hen bijvoeglijk naamwoord


  1. les (la; le; l')

Vertaal Matrix voor les:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hen oiseau; poule; poulet; volaille
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
de l'; la; le; les
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
de le la les
hen eux; les; leur
hun eux; les; leur leur

Synoniemen voor "les":

Wiktionary: les

  1. -
    • lesde
  1. bepaald lidwoord

Cross Translation:
les de; het the — article
les de; het the — used as an alternative to a possessive pronoun before body parts
les de; het the — stressed, indicating that the object in question is the only one worthy of attention
les de; het the — with an adjectival noun, as in “the hungry” to mean “hungry people”
les het the — with a superlative
les de; het the — used with the name of a member of a class to refer to all things in that class
les hen; hun them — third personal plural pronoun used after a preposition or as the object of a verb

Verwante vertalingen van les