Overzicht
Frans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. marmonnement:


Frans

Uitgebreide vertaling voor marmonnement (Frans) in het Zweeds

marmonnement:

marmonnement [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. le marmonnement (murmure)
    mumlande; muttrande
  2. le marmonnement (murmure; brouhaha; rumeur; bruit; vacarme)
    brådska; jäkt; fläng
    • brådska [-en] zelfstandig naamwoord
    • jäkt [-ett] zelfstandig naamwoord
    • fläng zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor marmonnement:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
brådska brouhaha; bruit; marmonnement; murmure; rumeur; vacarme affluence; agilité; animation; bousculade; cohue; empressement; foule; hâte; poussée; précipitation
fläng brouhaha; bruit; marmonnement; murmure; rumeur; vacarme empressement; hâte; précipitation
jäkt brouhaha; bruit; marmonnement; murmure; rumeur; vacarme agitation; animation; effervescence; excitation; tumulte; émoi
mumlande marmonnement; murmure
muttrande marmonnement; murmure grognement; grognements; grondement; lamentations; plaintes; rouspétance
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
brådska s'empresser; se dépêcher; se hâter; se presser; se précipiter
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mumlande entre ses dents

Synoniemen voor "marmonnement":