Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. bezieling:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor bezieling (Nederlands) in het Duits

bezieling:

bezieling [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de bezieling (enthousiasme; bevlogenheid; geestdrift)
    der Enthusiasmus; die Begeisterung

Vertaal Matrix voor bezieling:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Begeisterung bevlogenheid; bezieling; enthousiasme; geestdrift betovering; enthousiasme; extase; gedrevenheid; geestvervoering; hartstochten; passies; trance; uitbundigheid; uitgelatenheid; verrukking; vervoering
Enthusiasmus bevlogenheid; bezieling; enthousiasme; geestdrift enthousiasme; gedrevenheid; uitbundigheid; uitgelatenheid

Wiktionary: bezieling

bezieling
noun
  1. Schwung, Begeisterung bei einer Tätigkeit, insbesondere der eines Künstlers

Cross Translation:
FromToVia
bezieling Brise; Hauch; Lufthauch; Blasen; Wehen soufflevent produit pousser l’air hors de la bouche.