Nederlands

Uitgebreide vertaling voor bolheid (Nederlands) in het Duits

bolheid:

bolheid [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. bolheid
    die Geschwollenheit

Vertaal Matrix voor bolheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Geschwollenheit bolheid arrogantie; bombast; egotisme; eigendunk; eigenwaan; gewichtigdoenerij; gewichtigheid; gezwollenheid; hoogdravendheid; hoogmoed; ijdelheid; opgeblazenheid; opgezetheid; pompeusheid; zelfgenoegzaamheid; zelfingenomenheid

Verwante woorden van "bolheid":


bol:

bol [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de bol (hoofd van een mens; hoofd)
    der Kopf; die Kugel; die Zwiebel
    • Kopf [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Kugel [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Zwiebel [die ~] zelfstandig naamwoord
  2. de bol (bolletje)
    Bällchen; Kügelchen; Köpfchen
  3. de bol (globe)
    der Globus
    • Globus [der ~] zelfstandig naamwoord
  4. de bol (globe; aarde)
    die Erde; der Erdball
    • Erde [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Erdball [der ~] zelfstandig naamwoord

bol bijvoeglijk naamwoord

  1. bol (bolstaand)
    gewölbt; rund; aufgebauscht; gespannt; prall; ausgestopft; aufgedunsen
  2. bol (bolvormig; kogelvormig)
    kugelformig
  3. bol (kogelrond; sferisch; rond)
    kugelrund

Vertaal Matrix voor bol:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Bällchen bol; bolletje balletje; kogeltje
Erdball aarde; bol; globe aardkloot
Erde aarde; bol; globe aarde; aardkloot; grond; vloer; wereld
Globus bol; globe wereldbol
Kopf bol; hoofd; hoofd van een mens berichtkop; bosje; cranium; harses; header; heester; hersenen; hersenpan; hersens; hoofd; hoofdeinde; krop; opeengepakte bladeren; schedel; struik
Kugel bol; hoofd; hoofd van een mens dreumes; drol; kloot; knikker; kogel; kogelpatronen; kort en dik persoon; onderkruipsel; patronen; propje; stuiter
Köpfchen bol; bolletje
Kügelchen bol; bolletje balletje; kogeltje
Zwiebel bol; hoofd; hoofd van een mens groente; ui
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aufgebauscht bol; bolstaand bolstaand; opgebold; uitpuilend
aufgedunsen bol; bolstaand gezwollen; opgeblazen; opgezet; opgezet dier; opgezwollen; pafferig
ausgestopft bol; bolstaand opgezet dier
gespannt bol; bolstaand benieuwd; nieuwsgierig
gewölbt bol; bolstaand gebogen; gewelfd; voorovergebogen
kugelformig bol; bolvormig; kogelvormig
kugelrund bol; kogelrond; rond; sferisch tonrond
prall bol; bolstaand houterig; krap bij kas; nauw; nauwsluitend; stijf; stijve; strak; stram; stroef
rund bol; bolstaand circa; om; omstreeks; ongeveer; pakweg; plusminus; ruwweg

Verwante woorden van "bol":


Antoniemen van "bol":


Verwante definities voor "bol":

  1. met een ronde vorm1
    • de aarde is bol1
  2. soort wortel waaruit een bloem groeit1
    • de bloembollen moeten nodig in de grond1
  3. voorwerp dat aan alle kanten rond is1
    • we leven op de aardbol1

Wiktionary: bol

bol
noun
  1. een driedimensionaal rond lichaam zie sfeer
  2. zie bloembol
bol
adjective
  1. Geometrie: (nach außen) gewölbt
noun
  1. Geometrie: Volumen, das von einem Rand umgeben wird, dessen Punkte alle den gleichen Abstand von einem Punkt (Mittelpunkt) besitzen

Cross Translation:
FromToVia
bol Ball; Kugel ball — solid or hollow sphere
bol konvex convex — curved or bowed outward like the outside of a bowl or sphere or circle
bol Kornblume cornflowerCentaurea cyanus
bol Schaufel; Schippe scoop — any cup- or bowl-shaped object
bol Kugel sphere — mathematics: regular three-dimensional object
bol Kugel sphere — spherical physical object
bol Zwiebel; Knolle; Bulbus bulbe — (botanique) Organe végétal souterrain formé par un bourgeon entouré de feuilles charnues, permettant à la plante de reformer chaque année ses parties aériennes.
bol Kugel; Sphäre sphère — géométrie|fr surface dans l’espace à trois dimensions dont tous les points sont situés à une même distance d’un point appelé centre.
bol Gewölbe voute — (architecture) ouvrage de maçonnerie cintrer, en arc, dont les pièces se soutiennent les unes les autres, qui sert à couvrir un espace.
bol Gewölbe voûte — (architecture) ouvrage de maçonnerie cintrer, en arc, dont les pièces se soutiennent les unes les autres, qui sert à couvrir un espace.