Nederlands

Uitgebreide vertaling voor geducht (Nederlands) in het Duits

geducht:

geducht bijvoeglijk naamwoord

  1. geducht (in hoge mate)
    fett; ungeheuer; großartig; energisch; schwer; stark; scharf; gewaltig; mächtig; enorm; herrschaftlich; kolossal; formidabel; schwerverdaulich
  2. geducht (vervaarlijk; angstwekkend; vreeswekkend)
    furchterregend; beängstigend; Angst einjagend

Vertaal Matrix voor geducht:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
energisch doortasten
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fett geducht; in hoge mate banaal; corpulent; dik; gezet; grof; laag-bij-de-grond; lijvig; lomp; machtig; moddervet; moeilijk verteerbaar; morsig; omvangrijk; plat; platvloers; ranzig; schunnig; slecht verteerbaar; slonzig; slordig; smerig; triviaal; vet; vettig; vies; viezig; voddig; volumineus; vuil; vunzig; zwaar; zwaar van lijf; zwaarlijvig
schwer groots; grootschalig; reuze
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
energisch flink
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Angst einjagend angstwekkend; geducht; vervaarlijk; vreeswekkend
beängstigend angstwekkend; geducht; vervaarlijk; vreeswekkend
energisch geducht; in hoge mate beslist; besluitvaardig; daadkrachtig; doortastend; drastisch; dynamisch; energiek; ferm; geanimeerd; gedecideerd; kordaat; krachtdadig; krachtig; levendig; resoluut; standvastig; sterk; vastberaden; vief; vol fut; voortvarend
enorm geducht; in hoge mate ambitieus; eerzuchtig; enorm; enorm groot; fantastisch; geweldig; gigantisch; grandioos; groots; heel erg; heel groot; immens; imposant; in zeer hoge mate; indrukwekkend; kolossaal; magnifiek; onmetelijk; onnoembaar; ontzaggelijk; ontzagwekkend; overdonderend; overweldigend; reusachtig; reuze; schitterend; streverig; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk; weids; zeer groot
formidabel geducht; in hoge mate fantastisch; formidabel; geweldig; goddelijk; heerlijk; hemels; mieters; paradijselijk; patent; perfect; prachtig; uitmuntend; uitstekend; verrukkelijk; volmaakt; voortreffelijk; zalig
furchterregend angstwekkend; geducht; vervaarlijk; vreeswekkend dreigend; eng
gewaltig geducht; in hoge mate afschuwelijk; afstotelijk; afstotend; barbaars; beestachtig; bliksems; bruut; enorm; fantastisch; fenomenaal; geweldig; gigantisch; groots; heel erg; heel groot; immens; in zeer hoge mate; inhumaan; intens; intensief; kolossaal; misselijkmakend; monsterlijk; onmenselijk; onmetelijk; puik; reusachtig; reuze; verdraaid; verduiveld; walgelijk; weerzinwekkend; weids; wreed; zeer groot
großartig geducht; in hoge mate ambitieus; betoverend; eerzuchtig; enorm; fabelachtig; fantastisch; fenomenaal; fier; flink; formidabel; gaaf; geweldig; gigantisch; glansrijk; glorierijk; glorieus; grandioos; groots; heel groot; heerlijk; immens; in zeer hoge mate; kolossaal; kostelijk; krankzinnig; luisterrijk; lustrijk; magnifiek; mieters; onmetelijk; oogverblindend; prachtig; prat; prinsheerlijk; puik; reusachtig; reuze; roemrijk; roemvol; schitterend; streverig; te gek; tof; trots; uitnemend; uitstekend; verblindend; voortreffelijk; waanzinnig; weids; wijs; zeer groot
herrschaftlich geducht; in hoge mate aanzienlijk; adelijk; beroemd; doorluchtig; gedistingeerd; gewichtig; hooggeplaatst; illuster; plechtig; plechtstatig; statig; verheven; voornaam; zeer plechtig
kolossal geducht; in hoge mate enorm; gigantisch; groots; heel erg; heel groot; immens; imposant; in zeer hoge mate; indrukwekkend; kolossaal; onmetelijk; ontzaggelijk; ontzagwekkend; overdonderend; overweldigend; reusachtig; reuze; weids; zeer groot
mächtig geducht; in hoge mate
scharf geducht; in hoge mate agressief; barbaars; beestachtig; bijtend; bijterig; bits; brandend; bruut; fel; felle; fonkelend; gekruid; gepeperd; gewelddadig; gloeiend; goed snijdend; hanig; hartig; heet; heftig; hel; hevig; inbijtend; inhumaan; invretend; inwerkend; kattig; kruidig; messcherp; met sarcasme; monsterlijk; onbeheerst; onmenselijk; onstuimig; onvriendelijk; pikant; pinnig; pittig; sarcastisch; scherp; scherp van smaak; scherpgerand; smaak prikkelend; snauwerig; snibbig; spinnig; vinnig; vlijmend; vlijmscherp; vurig; warm; wreed
schwer geducht; in hoge mate aanmerkelijk; aanzienlijk; afgezaagd; agressief; beduidend; behoorlijk; beklemmend; delicaat; dikwijls; ellendig; enorm; flink; fors; frequent; gewelddadig; grof; grofgebouwd; hachelijk; hinderlijk; knellend; kritiek; langdraadig; langwijlig; lastig; lomp; machtig; massief; meermaals; melig; menigmaal; met een groot gewicht; moeilijk verteerbaar; naar; netelig; niet hol; nijpend; onaangenaam; ongelegen; onplezierig; onverkwikkelijk; penibel; precair; regelmatig; rot; ruw; saai; slecht verteerbaar; smartelijk; storend; vaak; veelvuldig; vervelend; zwaar
schwerverdaulich geducht; in hoge mate machtig; moeilijk verteerbaar; slecht verteerbaar; zwaar
stark geducht; in hoge mate agressief; breed; dapper; dik; dikwijls; erg; fantastisch; fel; ferm; flink; fors; frequent; fysiek sterk; gaaf; gestreng; gewelddadig; geweldig; gigantisch; grandioos; groots; heftig; heldhaftig; heroïsch; hevig; immens; in details; kloek; kolossaal; krachtig; lijvig; magnifiek; massief; meermaals; menigmaal; mieters; moedig; niet hol; niet toegevend; onverschrokken; potig; regelmatig; reusachtig; schitterend; stabiel; sterk; stevig; stout; stoutmoedig; streng; tof; uit de kluiten gewassen; uitgewerkt; uitnemend; uitstekend; vaak; veelvuldig; vet; voortreffelijk; zeer groot; zwaar van lijf
ungeheuer geducht; in hoge mate enorm; gigantisch; groots; heel erg; heel groot; immens; in zeer hoge mate; kolossaal; onmetelijk; ontzaglijk; reusachtig; reuze; weids; zeer groot

Verwante woorden van "geducht":

  • geduchtheid, geduchter, geduchtere, geduchte

Wiktionary: geducht


Cross Translation:
FromToVia
geducht mächtig; vermögend; gewaltig; kräftig; stark; schwer puissant — Qui a beaucoup de pouvoir.

geducht vorm van duchten:

duchten werkwoord (ducht, duchtte, duchtten, geducht)

  1. duchten
    befürchten; fürchten
    • befürchten werkwoord (befürchte, befürchtest, befürchtet, befürchtete, befürchtetet, befürchtet)
    • fürchten werkwoord (fürchte, fürchtest, fürchtet, fürchtete, fürchtetet, gefürcht)

Conjugations for duchten:

o.t.t.
  1. ducht
  2. ducht
  3. ducht
  4. duchten
  5. duchten
  6. duchten
o.v.t.
  1. duchtte
  2. duchtte
  3. duchtte
  4. duchtten
  5. duchtten
  6. duchtten
v.t.t.
  1. heb geducht
  2. hebt geducht
  3. heeft geducht
  4. hebben geducht
  5. hebben geducht
  6. hebben geducht
v.v.t.
  1. had geducht
  2. had geducht
  3. had geducht
  4. hadden geducht
  5. hadden geducht
  6. hadden geducht
o.t.t.t.
  1. zal duchten
  2. zult duchten
  3. zal duchten
  4. zullen duchten
  5. zullen duchten
  6. zullen duchten
o.v.t.t.
  1. zou duchten
  2. zou duchten
  3. zou duchten
  4. zouden duchten
  5. zouden duchten
  6. zouden duchten
diversen
  1. ducht!
  2. ducht!
  3. geducht
  4. duchtend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor duchten:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
befürchten duchten terugschrikken voor
fürchten duchten bang zijn; schrikken; terugschrikken voor; vrees koesteren; vrezen

Wiktionary: duchten

duchten
verb
  1. (transitiv), etwas fürchten: etwas achten, vor etwas Ehrfurcht haben

Cross Translation:
FromToVia
duchten fürchten; bangen; befürchten; ängstigen; zagen craindre — Envisager quelqu’un ou quelque chose comme nuisible ou dangereux.
duchten fürchten; befürchten; ängstigen redouter — Craindre fort.

Computer vertaling door derden: