Nederlands

Uitgebreide vertaling voor giften (Nederlands) in het Duits

giften:

giften [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de giften (donaties)
    die Spenden
    • Spenden [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor giften:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Spenden donaties; giften

Verwante woorden van "giften":


gift:

gift [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de gift (donatie; schenking)
    Geschenk; die Donation; die Spende; die Schenkung; Gift; Geldgeschenk; die Stiftung; die Gabe; die Geldspende; die Zuwendung; die Gefälligkeit

gift [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de gift
    die Spende
    • Spende [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor gift:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Donation donatie; gift; schenking
Gabe donatie; gift; schenking aanleg; begaafdheid; bekwaamheid; capaciteit; dosis; gave; knobbel; kundigheid; portie; scherpzinnigheid; talent; vernuft
Gefälligkeit donatie; gift; schenking aardigheid; cadeautje; dienst; gedienstige handeling; gedienstigheid; gunst; toegankelijkheid; toeschietelijkheid; voorkomendheid
Geldgeschenk donatie; gift; schenking geldgeschenk
Geldspende donatie; gift; schenking
Geschenk donatie; gift; schenking aardigheid; cadeau; cadeautje; geschenk; kado; present; presentje
Gift donatie; gift; schenking gif; toxine; vergif; vergift
Schenkung donatie; gift; schenking dienst; gunst; schenking
Spende donatie; gift; schenking dienst; gunst
Stiftung donatie; gift; schenking dienst; gunst; het stichten; instelling; oprichting; stichting; vestiging
Zuwendung donatie; gift; schenking dienst; gunst; subsidie; tegemoetkoming; toelage

Verwante woorden van "gift":


Wiktionary: gift

gift
noun
  1. geld of een voorwerp dat gegeven wordt en waarvoor men niets terug verlangt
gift
noun
  1. die in Form eines Geschenkes[1] überlassene Sache (oft liebevoll verpackt)
  2. Übertragung des Eigentums an einer Sache ohne Erwartung einer Gegenleistung

Cross Translation:
FromToVia
gift Geschenk; Spende; Präsent gift — Something given to another voluntarily, without charge
gift Geschenk; Präsent; Angebinde; Gabe; Spende; Vermächtnis; Gift cadeauprésent, objet que l’on offrir à quelqu’un sans rien attendre en retour, dans l'intention de le surprendre ou de lui être agréable.
gift Gift veninpoison produit, chez certains animaux, par sécrétion, et qui, introduire dans le sang d’un autre animal ou d’un homme par une morsure ou une piqûre, amène de graves désordres et même la mort.

Verwante vertalingen van giften