Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. kenspreuk:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor kenspreuk (Nederlands) in het Duits

kenspreuk:

kenspreuk [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de kenspreuk (motto; devies; zinspreuk)
    der Spruch; Motto; der Wahlspruch; die Parole; die Devise; der Leitspruch
    • Spruch [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Motto [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Wahlspruch [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Parole [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Devise [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Leitspruch [der ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor kenspreuk:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Devise devies; kenspreuk; motto; zinspreuk devies; grondstelling; hoofdstelling; leus; leuze; lijfspreuk; motto; parool; spreuk
Leitspruch devies; kenspreuk; motto; zinspreuk devies; lijfspreuk; motto
Motto devies; kenspreuk; motto; zinspreuk devies; lijfspreuk; motto
Parole devies; kenspreuk; motto; zinspreuk consigne; devies; leus; leuze; lijfspreuk; motto; parool; spreuk; verkiezingsleus; wachtwoord; wapenkreet
Spruch devies; kenspreuk; motto; zinspreuk aforisme; devies; gezegde; kreet; leus; leuze; lijfspreuk; motto; parool; reclameleus; reclamezin; redekundig gezegde; slagzin; slogan; spreuk; zinspreuk
Wahlspruch devies; kenspreuk; motto; zinspreuk devies; leus; leuze; lijfspreuk; motto; parool; spreuk

Verwante woorden van "kenspreuk":

  • kenspreuken