Nederlands

Uitgebreide vertaling voor rottigheid (Nederlands) in het Duits

rottigheid:

rottigheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de rottigheid
    die Unannehmlichkeit; der Schlamassel; Elend

Vertaal Matrix voor rottigheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Elend rottigheid armoede; barheid; behoeftigheid; ellende; gebrek; malheur; moeilijkheden; moeilijkheid; narigheid; nood; noodlottigheid; noodtoestand; noodwendigheid; ongeluk; onheil; onspoed; pech; penarie; probleem; problemen; ramp; rampspoed; rampzaligheid; sores; tegenslag; tegenspoed; terugslag; zorgen
Schlamassel rottigheid ellende; gelazer; kommer; kwel; misère; moeilijkheden; narigheid; problemen; sores; trammelant; zorgen
Unannehmlichkeit rottigheid chagrijn; ergernis; gelazer; moeilijkheid; narigheid; ongemak; ongerief; penarie; probleem; trammelant

Verwante woorden van "rottigheid":


Wiktionary: rottigheid


Cross Translation:
FromToVia
rottigheid Schrecken; Verabscheuenswertes; Gräuel horreur — Traductions à trier suivant le sens
rottigheid Schmach ignominieinfamie, grand déshonneur.

rottig:

rottig bijvoeglijk naamwoord

  1. rottig (verrot; slecht; vergaan; bedorven; rot)
    schlecht; verrotet; vergammelt; verdorben; verfault; faul; stinkend; ranzig; stinkig

Vertaal Matrix voor rottig:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
faul bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot banaal; goor; grof; laag-bij-de-grond; lijzig; log; lomp; loom; lui; morsig; niets doend; onduidelijk; onverkwikkelijk; plat; platvloers; ranzig; schunnig; slonzig; slordig; smerig; stuitend; triviaal; vadsig; vies; viezig; voddig; voos; vuil; vunzig; walgelijk; weerzinwekkend; wollig
ranzig bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot goor; onverkwikkelijk; rans; ransig; ranzig; smerig; stuitend; vies; walgelijk; weerzinwekkend
schlecht bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot akelig; armzalig; bekaaid; beroerd; bijkomstig; ellendig; er bekaaid afkomen; gammel; gebrekkig; gemeen; inferieur; karig; krakkemikkig; kwaadwillig; luguber; macaber; mager; met slechte intentie; min; misplaatst; misselijk; naar; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen; ondeugdelijk; onpasselijk; onwel; ploertig; pover; schamel; schraal; slecht; spookachtig; vals; wankel; zwak
stinkend bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot goor; kwalijkriekend; onverkwikkelijk; ranzig; smerig; stinkend; stuitend; vies; walgelijk; walmend; weerzinwekkend
stinkig bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot goor; kwalijkriekend; morsig; onverkwikkelijk; ranzig; slonzig; slordig; smerig; stinkend; stuitend; vies; viezig; voddig; vuil; vunzig; walgelijk; walmend; weerzinwekkend
verdorben bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot goor; liederlijk; onverkwikkelijk; onzedelijk; ranzig; smerig; stuitend; verdorven; verregaand zedenloos; vies; walgelijk; weerzinwekkend
verfault bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot goor; onverkwikkelijk; ranzig; smerig; stuitend; vies; walgelijk; weerzinwekkend
vergammelt bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot gammel; goor; krakkemikkig; krakkemikkige; liederlijk; onverkwikkelijk; onzedelijk; ranzig; smerig; stuitend; verdorven; verregaand zedenloos; vies; walgelijk; wankel; weerzinwekkend; zwak
verrotet bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot

Verwante woorden van "rottig":

  • rottigheid, rottiger, rottigere, rottigst, rottigste, rottige

Wiktionary: rottig


Cross Translation:
FromToVia
rottig gemein; infam; verachtenswert; verächtlich; verabscheuenswert; verabscheuenswürdig; abscheulich; gräßlich; scheußlich; gräulich abject — Qui est dans un état d’abjection, qui est rejeté et digne de l’être ; vil, méprisable.
rottig eklig dégoûtant — Qui donner du dégoût.
rottig verabscheuenswert; verabscheuenswürdig; abscheulich; gräßlich; scheußlich; gräulich; verabscheuend repoussant — Qui inspirer de l’aversion, du dégoût.