Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. scheutjes:
  2. scheutje:
  3. scheut:
  4. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor scheutjes (Nederlands) in het Duits

scheutjes:

scheutjes [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. scheutjes
    der Schuß; der ein wenig
    • Schuß [der ~] zelfstandig naamwoord
    • ein wenig [der ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor scheutjes:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Schuß scheutjes bam; dreun; explosie; jonge plant; klap; knal; kwak; ontploffing; plantestekje; plof; scheut; scheutje; schoot; smak; spruit; stek
ein wenig scheutjes
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
ein wenig weinig
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ein wenig even weinig; lichtelijk

Verwante woorden van "scheutjes":


scheutjes vorm van scheutje:

scheutje [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het scheutje
    der Schuß; der Spritzer; die Spur
    • Schuß [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Spritzer [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Spur [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor scheutje:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Schuß scheutje bam; dreun; explosie; jonge plant; klap; knal; kwak; ontploffing; plantestekje; plof; scheut; scheutjes; schoot; smak; spruit; stek
Spritzer scheutje drugsverslaafde die spuit; spat; spatter; spuiter
Spur scheutje aanwijzing; eigenschap; flinter; floers; karakterisering; karakteristiek; kenmerk; schijntje; snufje; snuifje; spoor; tip; typering; vingerwenk; vingerwijzing; vleugje; voetspoor; waas; wenk; zweem

Verwante woorden van "scheutje":


scheutjes vorm van scheut:

scheut [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de scheut (stekje; spruit; loot)
    der Sprößling; der Sproß; der Trieb; der Schößling
  2. de scheut (plantestekje; spruit; jonge plant; schoot; stek)
    der Sprößling; der Schuß; der Trieb
    • Sprößling [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Schuß [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Trieb [der ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor scheut:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Schuß jonge plant; plantestekje; scheut; schoot; spruit; stek bam; dreun; explosie; klap; knal; kwak; ontploffing; plof; scheutje; scheutjes; smak
Schößling loot; scheut; spruit; stekje
Sproß loot; scheut; spruit; stekje afstammeling; nakomeling; rank; ranken; telg; uitloper
Sprößling jonge plant; loot; plantestekje; scheut; schoot; spruit; stek; stekje afstammeling; dreumes; hummel; jochie; klein jongetje; klein kind; kleintje; nakomeling; peuter; telg; uk; worm; wurm
Trieb jonge plant; loot; plantestekje; scheut; schoot; spruit; stek; stekje aandrift; drift; drijven van vee; genoegen; genot; instinct; jool; leut; lust; plezier; pret; rank; ranken; seksuele begeerte; voortgedreven vee

Verwante woorden van "scheut":


Wiktionary: scheut


Cross Translation:
FromToVia
scheut Spross; Sprössling; Ableger; Pfropfreis; Reis; Steckling scion — (detached) shoot or twig
scheut Ableger shoot — emerging stem and embryonic leaves of a new plant
scheut Spross; Sprössling sprout — new growth on a plant