Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. vrijwilligheid:
  2. vrijwillig:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor vrijwilligheid (Nederlands) in het Duits

vrijwilligheid:

vrijwilligheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de vrijwilligheid (belangeloosheid)
    die Freiwilligkeit; die Selbstlosigkeit

Vertaal Matrix voor vrijwilligheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Freiwilligkeit belangeloosheid; vrijwilligheid
Selbstlosigkeit belangeloosheid; vrijwilligheid belangeloosheid; onbaatzuchtigheid; onzelfzuchtigheid

Verwante woorden van "vrijwilligheid":


vrijwilligheid vorm van vrijwillig:

vrijwillig bijvoeglijk naamwoord

  1. vrijwillig (spontaan; uit vrije wil; onverplicht)
    spontan; freiwillig; zwanglos; ungekünstelt; frei; uneigennützig; ungezwungen; natürlich

Vertaal Matrix voor vrijwillig:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
frei onverplicht; spontaan; uit vrije wil; vrijwillig bandeloos; benaderbaar; beschikbaar; disponibel; frank; genaakbaar; gratis; in vrijheid; kosteloos; ledig; leeg; losbandig; niet belast; onafhankelijk; onbedekt; onbelast; onbelast inkomen; onbewoond; onbezet; ongebonden; ongebreideld; ongehinderd; ongemoeid; ongestoord; onoverdekt; onverstoord; open; pro deo; rechttoe; toegankelijk; vacant; voor niets; vrij; vrij van schulden; vrijuit; zonder kosten
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
freiwillig onverplicht; spontaan; uit vrije wil; vrijwillig uit zichzelf
natürlich onverplicht; spontaan; uit vrije wil; vrijwillig 'tuurlijk; allicht; behoorlijk; bijgevolg; dus; eenvoudig; logisch; natuurlijk; nogal; ongedwongen; ongekunsteld; onontkomelijk; redelijk; tamelijk; uiteraard; vanzelfsprekend; zeker; zonder twijfel
spontan onverplicht; spontaan; uit vrije wil; vrijwillig
uneigennützig onverplicht; spontaan; uit vrije wil; vrijwillig belangeloos; niet egoïstisch; onbaatzuchtig; onzelfzuchtig
ungekünstelt onverplicht; spontaan; uit vrije wil; vrijwillig in een handomdraai; moeiteloos; natuurlijk; onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; ongebruikt; ongedwongen; ongekunsteld; ongeopend; vanzelf; zonder moeite
ungezwungen onverplicht; spontaan; uit vrije wil; vrijwillig in een handomdraai; moeiteloos; vanzelf; zonder moeite
zwanglos onverplicht; spontaan; uit vrije wil; vrijwillig in een handomdraai; moeiteloos; vanzelf; zonder moeite

Verwante woorden van "vrijwillig":


Wiktionary: vrijwillig

vrijwillig
adjective
  1. etwas unentgeltlich als Ehrenamt ausübend

Cross Translation:
FromToVia
vrijwillig freiwillig voluntarily — in a voluntary manner
vrijwillig freiwillig voluntary — done, given, or acting of one's own free will