Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. depots:
  2. depot:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor depots (Nederlands) in het Engels

depots:

depots [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de depots
    the depots
    • depots [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor depots:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
depots depots

Verwante woorden van "depots":


depot:

depot [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de depot (opslagplaats; warenhuis; pakhuis; )
    the warehouse; the storehouse; the store; the shed
    • warehouse [the ~] zelfstandig naamwoord
    • storehouse [the ~] zelfstandig naamwoord
    • store [the ~] zelfstandig naamwoord
    • shed [the ~] zelfstandig naamwoord
    the depot
    – a depository for goods 1
    • depot [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. de depot (bezinksel; residu; sediment; )
    the deposit; the sediment; the rest; the sludge; the residuum; the remnant; the dregs; the lees; the the last bit; the last bit
    • deposit [the ~] zelfstandig naamwoord
    • sediment [the ~] zelfstandig naamwoord
    • rest [the ~] zelfstandig naamwoord
    • sludge [the ~] zelfstandig naamwoord
    • residuum [the ~] zelfstandig naamwoord
    • remnant [the ~] zelfstandig naamwoord
    • dregs [the ~] zelfstandig naamwoord
    • lees [the ~] zelfstandig naamwoord
    • the last bit [the ~] zelfstandig naamwoord
    • last bit [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor depot:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
deposit afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel aanbetaling; belegging; deposito; drab; droesem; geldbelegging; grondsoppen; inleg; investering; kit; kleefstof; lijm; minimum inleg; plak; plaksel; statiegeld; storting
depot bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis geweermagazijn; magazijn; opslag; opslagplaats; provisiekast; station
dregs afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel bezinksel; bezinksels; dik; drab; droesem; grondsop; grondsoppen; moer; neerslag; uitvaagsel; zetsel
last bit afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel
lees afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel bezinksel; bezinksels; dik; drab; droesem; grondsop; grondsoppen; moer; neerslag; zetsel
remnant afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel
residuum afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel overblijfsel; residu's; rest
rest afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel overblijfsel; rest; ruststand; rustteken; steuntje
sediment afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel bezinksel; bezinksels; dik; drab; droesem; grondsop; grondsoppen; hemelwater; koffiedik; moer; neerslag; prut; regen; zetsel
shed bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis afdak; barak; bouwkeet; hangaar; hok; hut; hutje; keet; koestal; krot; krotwoning; loods; luifel; schuur
sludge afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel bezinksel; bezinksels; dik; drab; drek; droesem; grondsop; moer; neerslag; prut; smurrie; zetsel
store bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis archief; geweermagazijn; ligopslagplaats; magazijn; opslag; opslagplaats; provisiekast
storehouse bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis magazijn; voorraadmagazijn
the last bit afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel
warehouse bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis geweermagazijn; goederenloods; goederenopslagruimte; magazijn; opslag; opslagplaats; provisiekast; voorraadmagazijn
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
deposit aanbetalen; bijstorten; deponeren; geld overmaken; in bewaring geven; leggen; neerleggen; neerzetten; op rekening storten; overboeken; overschrijven; overzenden; plaatsen; stationeren; storten; zetten
rest relaxen; rusten; uitrusten; verpozen
shed vergieten
store archiveren; bewaren; deponeren; hamsteren; opbergen; oppotten; opslaan; opzij leggen; potten; stallen; wegbergen; wegsluiten; wegzetten

Verwante woorden van "depot":


Wiktionary: depot


Cross Translation:
FromToVia
depot warehouse Lager — Raum oder Gebäude zur geordneten Unterbringung von Waren
depot warehouse; store; storehouse entrepôt — logistique|fr lieu où l’on mettre des marchandises en dépôt.