Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gebarsten (Nederlands) in het Engels

gebarsten:

gebarsten bijvoeglijk naamwoord

  1. gebarsten (beschadigd; kapot; stuk)
    damaged
    – harmed or injured or spoiled 1
    • damaged bijvoeglijk naamwoord
      • I won't buy damaged goods1
      • the storm left a wake of badly damaged buildings1
    crushed; cracked; in rags; to pieces; broken; gone to pieces; snapped; in shreds; moth eaten; ruptured
    torn
    – having edges that are jagged from injury 1
    • torn bijvoeglijk naamwoord
    tattered
    – ruined or disrupted 1
    • tattered bijvoeglijk naamwoord
      • a tattered remnant of its former strength1
      • my torn and tattered past1
    battered
    – damaged especially by hard usage 1
    • battered bijvoeglijk naamwoord
      • his battered old hat1

Vertaal Matrix voor gebarsten:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
battered beschadigd; gebarsten; kapot; stuk aan flarden
broken beschadigd; gebarsten; kapot; stuk aan scherven; aan stukken; defect; gebroken; geknikt; geradbraakt; geruineerd; in stukken; kapot; naar de knoppen; onklaar; stuk; stukgebroken; verbroken
cracked beschadigd; gebarsten; kapot; stuk geschift; getikt; hoorndol; kierewiet; knettergek; knots; krankjorum; mesjokke; niet goed snik; tureluurs
crushed beschadigd; gebarsten; kapot; stuk geplet; verbrijzeld
damaged beschadigd; gebarsten; kapot; stuk aan flarden; gehavend; geschonden
ruptured beschadigd; gebarsten; kapot; stuk bankroet; failliet; geruineerd; gescheurd
tattered beschadigd; gebarsten; kapot; stuk aan flarden; mottig
torn beschadigd; gebarsten; kapot; stuk aan stukken; bankroet; failliet; gebroken; geruineerd; gescheurd; kapot; naar de knoppen; stuk; verscheurd
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gone to pieces beschadigd; gebarsten; kapot; stuk
in rags beschadigd; gebarsten; kapot; stuk aan flarden
in shreds beschadigd; gebarsten; kapot; stuk aan flarden
moth eaten beschadigd; gebarsten; kapot; stuk mottig
snapped beschadigd; gebarsten; kapot; stuk geknikt
to pieces beschadigd; gebarsten; kapot; stuk aan flarden; aan scherven; aan stukken; bankroet; failliet; gebroken; geruineerd; kapot; naar de knoppen; stuk

barsten:

barsten werkwoord (barst, barstte, barstten, gebarsten)

  1. barsten (kunnen stikken)
    to drop dead; to go to hell
    • drop dead werkwoord (drops dead, dropped dead, dropping dead)
    • go to hell werkwoord (goes to hell, went to hell, going to hell)
  2. barsten (openspringen; losspringen)
    to burst open; to spring open; to come loose
    • burst open werkwoord (bursts open, bursted open, bursting open)
    • spring open werkwoord (springs open, sprang open, springing open)
    • come loose werkwoord (comes loose, came loose, coming loose)

Conjugations for barsten:

o.t.t.
  1. barst
  2. barst
  3. barst
  4. barsten
  5. barsten
  6. barsten
o.v.t.
  1. barstte
  2. barstte
  3. barstte
  4. barstten
  5. barstten
  6. barstten
v.t.t.
  1. ben gebarsten
  2. bent gebarsten
  3. is gebarsten
  4. zijn gebarsten
  5. zijn gebarsten
  6. zijn gebarsten
v.v.t.
  1. was gebarsten
  2. was gebarsten
  3. was gebarsten
  4. waren gebarsten
  5. waren gebarsten
  6. waren gebarsten
o.t.t.t.
  1. zal barsten
  2. zult barsten
  3. zal barsten
  4. zullen barsten
  5. zullen barsten
  6. zullen barsten
o.v.t.t.
  1. zou barsten
  2. zou barsten
  3. zou barsten
  4. zouden barsten
  5. zouden barsten
  6. zouden barsten
diversen
  1. barst!
  2. barst!
  3. gebarsten
  4. barstende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

barsten [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de barsten (scheuren; sprongen)
    the cracks; the fissures; the tears; the splits; the clefts
    • cracks [the ~] zelfstandig naamwoord
    • fissures [the ~] zelfstandig naamwoord
    • tears [the ~] zelfstandig naamwoord
    • splits [the ~] zelfstandig naamwoord
    • clefts [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. de barsten (krakken)
    the cracks; the splits
    • cracks [the ~] zelfstandig naamwoord
    • splits [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor barsten:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
clefts barsten; scheuren; sprongen
cracks barsten; krakken; scheuren; sprongen breuken; klappen; knallen; smakken
fissures barsten; scheuren; sprongen
splits barsten; krakken; scheuren; sprongen splitten
tears barsten; scheuren; sprongen tranen; waterlanders
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
burst open barsten; losspringen; openspringen
come loose barsten; losspringen; openspringen
drop dead barsten; kunnen stikken doodvallen
go to hell barsten; kunnen stikken inrukken; opdonderen; opflikkeren; ophoepelen; opkrassen; oplazeren; oprotten
spring open barsten; losspringen; openspringen
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
burst open opengesprongen

Verwante woorden van "barsten":


Wiktionary: barsten

barsten
verb
  1. heftig breken of uiteenspatten
barsten
verb
  1. alteration of burst
  2. to break from internal pressure

Cross Translation:
FromToVia
barsten croak; kick the bucket crever — Mourir