Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. loopjes:
  2. loopje:
  3. loop:
  4. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor loopjes (Nederlands) in het Engels

loopjes:

loopjes [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de loopjes (drafjes)
    the trots
    • trots [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor loopjes:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
trots drafjes; loopjes

Verwante woorden van "loopjes":


loopje:

loopje [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het loopje (wandeling; ommetje; wandeltocht; )
    the hiking tour; the walk; the promenade; the stroll; the outing; the hike; the short walk; the ramble; the tramp
    • hiking tour [the ~] zelfstandig naamwoord
    • walk [the ~] zelfstandig naamwoord
    • promenade [the ~] zelfstandig naamwoord
    • stroll [the ~] zelfstandig naamwoord
    • outing [the ~] zelfstandig naamwoord
    • hike [the ~] zelfstandig naamwoord
    • short walk [the ~] zelfstandig naamwoord
    • ramble [the ~] zelfstandig naamwoord
    • tramp [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor loopje:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hike kuier; loopje; omloop; ommetje; tochtje; uitje; wandeling; wandeltocht dwaaltocht; expeditie; mars; omzwerving; reis; rit; tocht; toer; trektocht; voetreis; voettocht; zwerftocht
hiking tour kuier; loopje; omloop; ommetje; tochtje; uitje; wandeling; wandeltocht expeditie; mars; reis; rit; tocht; toer; trektocht; voetreis; voettocht
outing kuier; loopje; omloop; ommetje; tochtje; uitje; wandeling; wandeltocht dagreis; excursie; gang; plezierreisje; pleziertochtje; reis; rit; tocht; toer; tournee; uitstapje
promenade kuier; loopje; omloop; ommetje; tochtje; uitje; wandeling; wandeltocht promenade
ramble kuier; loopje; omloop; ommetje; tochtje; uitje; wandeling; wandeltocht dwaaltocht; omzwerving; zwerftocht
short walk kuier; loopje; omloop; ommetje; tochtje; uitje; wandeling; wandeltocht
stroll kuier; loopje; omloop; ommetje; tochtje; uitje; wandeling; wandeltocht rondwandeling
tramp kuier; loopje; omloop; ommetje; tochtje; uitje; wandeling; wandeltocht landloper; vagebond; zwerfster; zwerver
walk kuier; loopje; omloop; ommetje; tochtje; uitje; wandeling; wandeltocht wandelroute
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hike reizen; rondreizen; trekken; zwerven
promenade kuieren; lopen; rondslenteren; slenteren; wandelen
stroll drentelen; kuieren; lopen; rondslenteren; slenteren; wandelen
walk gaan; kuieren; lopen; rondslenteren; slenteren; stappen; stapvoets gaan; toelopen; wandelen; zich begeven; zich voortbewegen

Verwante woorden van "loopje":


Wiktionary: loopje

loopje
noun
  1. manner of walking

loopjes vorm van loop:

loop [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de loop (hardloopwedstrijd)
    the run
    – a race run on foot 1
    • run [the ~] zelfstandig naamwoord
      • she broke the record for the half-mile run1
    the race; the marathon; the sprints
    • race [the ~] zelfstandig naamwoord
    • marathon [the ~] zelfstandig naamwoord
    • sprints [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. de loop (geweerlade)
    the barrel; the gun barrel
    – a tube through which a bullet travels when a gun is fired 1

Vertaal Matrix voor loop:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
barrel geweerlade; loop bak; barrel; emmer; fust; kuip; pot; teil; tobbe; ton; vat; waskuip
gun barrel geweerlade; loop
marathon hardloopwedstrijd; loop
race hardloopwedstrijd; loop hardloperij; race; stam; volksstam; wedloop; wedloop van hardlopers; wedren
run hardloopwedstrijd; loop aanval; attaque; bestorming; ladder; ladder in kous; offensief; run; runs; stormaanval; stormloop; stormlopen
sprints hardloopwedstrijd; loop
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
race draven; hard rennen; hardlopen; hardrijden; hollen; motorracen; pezen; racen; rennen; sjezen; snel gaan; sprinten
run administreren; beheren; besturen; draven; gaan; gulpen; gutsen; hard rennen; hardlopen; hollen; in elkaar overlopen; in stralen lopen; in stromen neerstorten; ladderen; lopen; pezen; racen; rennen; sprinten; stromen; vervagen; vervloeien; vloeien; zich begeven

Verwante woorden van "loop":


Wiktionary: loop

loop
noun
  1. voorste deel van een wapen
loop
noun
  1. path taken by a waterway
  2. onward movement
  3. the act of running

Cross Translation:
FromToVia
loop tube; hit; barrel; pipe; stem tube — Tuyau.