Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. tussentijds:
  2. tussentijd:
  3. Wiktionary:
  4. Gebruikers suggesties voor tussentijds:
    • intermediate


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor tussentijds (Nederlands) in het Engels

tussentijds:

tussentijds bijvoeglijk naamwoord

  1. tussentijds (inmiddels; ondertussen; intussen)
    meanwhile; in the mean time; in the meantime; in between; whilst; while; as
  2. tussentijds (tijdelijk; voorlopig; provisorisch; )
    temporary; provisional

Vertaal Matrix voor tussentijds:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
while poos; tijdje
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
provisional aards; kortstondig; provisorisch; temporeel; tijdelijk; tussentijds; voor enige tijd; voorbijgaand; voorlopig; zolang geïmproviseerd; onder voorbehoud; tijdelijke
temporary aards; kortstondig; provisorisch; temporeel; tijdelijk; tussentijds; voor enige tijd; voorbijgaand; voorlopig; zolang eindig; loco-; plaatsvervangend; temporeel; tijdelijk; tijdelijke; vergankelijk; voorbijgaand; waarnemend
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
as inmiddels; intussen; ondertussen; tussentijds aangezien; daar; desgelijks; dito; evenzo; in overeenstemming met; naargelang; naarmate; net zo; omdat; ondertussen; ook; op dezelfde wijze; precies zo; terwijl; toen; vermits; zowel als
in the meantime inmiddels; intussen; ondertussen; tussentijds alvast; in de tussentijd; inmiddels; intussen; onderhand; ondertussen; onderwijl
meanwhile inmiddels; intussen; ondertussen; tussentijds alvast; in de tussentijd; inmiddels; intussen; onderhand; ondertussen; onderwijl
ConjunctionVerwante vertalingenAndere vertalingen
while overwegende; terwijl
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
while staande
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
whilst staande
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
in between inmiddels; intussen; ondertussen; tussentijds daartussen; ertussen; tussendoor; tussenin
in the mean time inmiddels; intussen; ondertussen; tussentijds alvast; in de tussentijd; inmiddels; intussen; onderhand; ondertussen; onderwijl
while inmiddels; intussen; ondertussen; tussentijds ondertussen; terwijl; terzelfder tijd; zolang; zolang als
whilst inmiddels; intussen; ondertussen; tussentijds

Verwante woorden van "tussentijds":


Wiktionary: tussentijds

tussentijds
adjective
  1. transitional

tussentijds vorm van tussentijd:

tussentijd [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de tussentijd (interim; tussenpoos)
    the interim; the interval; the gap
    • interim [the ~] zelfstandig naamwoord
    • interval [the ~] zelfstandig naamwoord
    • gap [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor tussentijd:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gap interim; tussenpoos; tussentijd barst; gaping; gat; gebrek; gleuf; groef; hiaat; inkeping; kier; kloof; lacune; leegte; leemte; manco; onderbreking; opening; reet; scheur; sleuf; split; uitsparing; zwakheid
interim interim; tussenpoos; tussentijd
interval interim; tussenpoos; tussentijd interval; onderbreking; pauze; rust; rustpauze; rustpoos; rusttijd; speelkwartier; toonafstand; tussenpoos; verpozing
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
interim tijdelijke

Verwante woorden van "tussentijd":