Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. afloeren:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor afloeren (Nederlands) in het Spaans

afloeren:

afloeren werkwoord (loer af, loert af, loerde af, loerden af, afgeloerd)

  1. afloeren
    espiar

Conjugations for afloeren:

o.t.t.
  1. loer af
  2. loert af
  3. loert af
  4. loeren af
  5. loeren af
  6. loeren af
o.v.t.
  1. loerde af
  2. loerde af
  3. loerde af
  4. loerden af
  5. loerden af
  6. loerden af
v.t.t.
  1. heb afgeloerd
  2. hebt afgeloerd
  3. heeft afgeloerd
  4. hebben afgeloerd
  5. hebben afgeloerd
  6. hebben afgeloerd
v.v.t.
  1. had afgeloerd
  2. had afgeloerd
  3. had afgeloerd
  4. hadden afgeloerd
  5. hadden afgeloerd
  6. hadden afgeloerd
o.t.t.t.
  1. zal afloeren
  2. zult afloeren
  3. zal afloeren
  4. zullen afloeren
  5. zullen afloeren
  6. zullen afloeren
o.v.t.t.
  1. zou afloeren
  2. zou afloeren
  3. zou afloeren
  4. zouden afloeren
  5. zouden afloeren
  6. zouden afloeren
diversen
  1. loer af!
  2. loert af!
  3. afgeloerd
  4. afloerende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor afloeren:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
espiar loeren
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
espiar afloeren begluren; beloeren; bespieden; bespioneren; gluren; koekeloeren; loeren; scherp kijken; spieden; spioneren; stiekem kijken; verspieden