Nederlands

Uitgebreide vertaling voor bedacht (Nederlands) in het Spaans

bedacht:

bedacht bijvoeglijk naamwoord

  1. bedacht (gefabriceerd)
    pensado; inventado; fingido; imaginado; sacado de la manga
  2. bedacht (voorbereid; gewapend)
    preparado; armado
  3. bedacht (gefantaseerd)
    inventado; imaginado; fantaseado
  4. bedacht (fictief; denkbeeldig; gefingeerd; verzonnen)
    inventado; ficticio; fingido; imaginado

Vertaal Matrix voor bedacht:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
preparado preparaat
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
armado bedacht; gewapend; voorbereid bepantserd; bewapend; geharnast; gepantserd; gewapend; in harnas gekleed; van beschermingen voorzien
fantaseado bedacht; gefantaseerd
ficticio bedacht; denkbeeldig; fictief; gefingeerd; verzonnen aangenomen; bedrieglijk; belerend; denkbeeldig; fictief; frikkerig; gefingeerd; geveinsd; hypothetisch; illusoir; imaginair; ingebeeld; misleidend; pedant; schoolmeesterachtig; verdicht; verwaand; zelfgenoegzaam; zelfingenomen
fingido bedacht; denkbeeldig; fictief; gefabriceerd; gefingeerd; verzonnen aangenomen; bedriegelijk; denkbeeldig; fictief; gedwongen; gefingeerd; geforceerd; gehuicheld; geveinsd; huichelachtig; nagemaakt; onecht; onoprecht; onvrijwillig; onwaar; uit de duim gezogen; vals; verdicht; verplicht
imaginado bedacht; denkbeeldig; fictief; gefabriceerd; gefantaseerd; gefingeerd; verzonnen uit de duim gezogen
inventado bedacht; denkbeeldig; fictief; gefabriceerd; gefantaseerd; gefingeerd; verzonnen aangenomen; denkbeeldig; fictief; gefingeerd; geveinsd; uit de duim gezogen; verdicht
pensado bedacht; gefabriceerd doorgedacht
preparado bedacht; gewapend; voorbereid af; afgelopen; beëindigd; gedaan; gepakt; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; over; paraat; uit; voltooid; voorbewerkt; voorbij
sacado de la manga bedacht; gefabriceerd uit de duim gezogen

Verwante woorden van "bedacht":

  • bedachte

bedenken:

bedenken werkwoord (bedenk, bedenkt, bedacht, bedachten, bedacht)

  1. bedenken (verzinnen; uitdenken; verdichten; fantaseren; voorwenden)
    imaginar; inventar; apretar; pensar; fantasear; planear; idear; estrujar; concentrarse; divagar; comprimir; compendiar; condensarse
  2. bedenken (plan beramen; verzinnen; beramen; zinnen)
    urdir; tramar; inventar un plan
  3. bedenken (overpeinzen; beschouwen; nadenken; )
    pensar; considerar; contemplar; agradar; reflexionar; reflexionar sobre; idear; fantasear; meditar
  4. bedenken (te binnen schieten; te binnen vallen)
    recordar; acordarse

Conjugations for bedenken:

o.t.t.
  1. bedenk
  2. bedenkt
  3. bedenkt
  4. bedenken
  5. bedenken
  6. bedenken
o.v.t.
  1. bedacht
  2. bedacht
  3. bedacht
  4. bedachten
  5. bedachten
  6. bedachten
v.t.t.
  1. heb bedacht
  2. hebt bedacht
  3. heeft bedacht
  4. hebben bedacht
  5. hebben bedacht
  6. hebben bedacht
v.v.t.
  1. had bedacht
  2. had bedacht
  3. had bedacht
  4. hadden bedacht
  5. hadden bedacht
  6. hadden bedacht
o.t.t.t.
  1. zal bedenken
  2. zult bedenken
  3. zal bedenken
  4. zullen bedenken
  5. zullen bedenken
  6. zullen bedenken
o.v.t.t.
  1. zou bedenken
  2. zou bedenken
  3. zou bedenken
  4. zouden bedenken
  5. zouden bedenken
  6. zouden bedenken
diversen
  1. bedenk!
  2. bedenkt!
  3. bedacht
  4. bedenkende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor bedenken:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
apretar aanschroeven; afklemmen; afknijpen; vastschroeven
contemplar aankijken; aanschouwen; in de ogen kijken
fantasear fantaseren; opdissen
inventar fantaseren; opdissen
pensar denken; prakkizeren
planear zweefvliegen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
acordarse bedenken; te binnen schieten; te binnen vallen herinneren; in herinnering brengen; memoreren; terugdenken; zich onthouden
agradar bedenken; beschouwen; bespiegelen; nadenken; overdenken; overpeinzen; peinzen aangenaam aandoen; aanstaan; behagen; believen; bevallen; gelieven; goeddunken; plezieren
apretar bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden aandrukken; afklemmen; afknellen; afknijpen; comprimeren; drukken; indrukken; induwen; ineen duwen; knellen; met gespannen voorwerp omsluiten; nijpen; omspannen; overspannen; persen; proppen; samenballen; samendrukken; samenpersen; schroeven; strak zitten; vastdrukken; vastknijpen
compendiar bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden kort samenvatten; recapituleren; samenvatten
comprimir bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden beperken; bijsluiten; bijvoegen; comprimeren; contracteren; indammen; inkapselen; inperken; inpersen; insluiten; limiteren; omvatten; samendrukken; samenpersen; samentrekken; toevoegen
concentrarse bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden comprimeren; samendrukken; samenpersen
condensarse bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden condenseren
considerar bedenken; beschouwen; bespiegelen; nadenken; overdenken; overpeinzen; peinzen aanmerken; aannemen; afwegen; beraadslagen; beraden; beschouwen; consideren; considereren; geloven; iets overwegen; in overweging nemen; op het oog hebben; overdenken; overleggen; overwegen; raad inwinnen; zich beraden
contemplar bedenken; beschouwen; bespiegelen; nadenken; overdenken; overpeinzen; peinzen aanschouwen; afwegen; bekijken; beschouwen; blikken; blikken werpen; gadeslaan; gewaarworden; horen; in de gaten houden; in het oog houden; kijken; merken; observeren; onderscheiden; ontwaren; opletten; opmerken; overdenken; overwegen; signaleren; speurend kijken; staren; toezien; turen; voelen; waarnemen; zien
divagar bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden ijlen; jachten; jagen; jakkeren; opschieten; reppen; snellen; spoeden; stressen; vliegen; zich haasten; zich spoeden
estrujar bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden comprimeren; fijnmaken; klemmen; knellen; kreukelen; kreuken; leegknijpen; omklemmen; persen; platdrukken; samendrukken; samenpersen; uitpersen; verbrijzelen; verfromfraaien; verfrommelen; vergruizen; verkreukelen; vermorzelen; verpletteren
fantasear bedenken; beschouwen; bespiegelen; fantaseren; nadenken; overdenken; overpeinzen; peinzen; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden
idear bedenken; beschouwen; bespiegelen; fantaseren; nadenken; overdenken; overpeinzen; peinzen; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden
imaginar bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden
inventar bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden huichelen; uitvinden
inventar un plan bedenken; beramen; plan beramen; verzinnen; zinnen
meditar bedenken; beschouwen; bespiegelen; nadenken; overdenken; overpeinzen; peinzen considereren; in overweging nemen; mijmeren; overwegen
pensar bedenken; beschouwen; bespiegelen; fantaseren; nadenken; overdenken; overpeinzen; peinzen; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden afwegen; beschouwen; considereren; denken; in overweging nemen; inleven; invoelen; meedenken; meeleven; mijmeren; nadenken; overdenken; overwegen; peinzen; piekeren; prakkiseren; voelen
planear bedenken; fantaseren; uitdenken; verdichten; verzinnen; voorwenden indelen bij; planeren; plannen; zweefvliegen
recordar bedenken; te binnen schieten; te binnen vallen doen denken aan; gedenken; herdenken; herinneren; in herinnering brengen; memoreren; memoriseren; niet vergeten; onthouden; opnemen; opslaan; terugdenken; terughalen; terugroepen
reflexionar bedenken; beschouwen; bespiegelen; nadenken; overdenken; overpeinzen; peinzen afwegen; beschouwen; bezinnen; considereren; in gedachten verzonken zijn; in overweging nemen; mijmeren; nadenken; overdenken; overwegen; peinzen; piekeren; prakkiseren; raad inwinnen; zich beraden
reflexionar sobre bedenken; beschouwen; bespiegelen; nadenken; overdenken; overpeinzen; peinzen afwegen; beschouwen; considereren; in overweging nemen; overdenken; overwegen; raad inwinnen; zich beraden
tramar bedenken; beramen; plan beramen; verzinnen; zinnen bebroeden; broeden; uitbroeden; warmhouden; zinnen op
urdir bedenken; beramen; plan beramen; verzinnen; zinnen zinnen op
- verzinnen

Synoniemen voor "bedenken":


Verwante definities voor "bedenken":

  1. in gedachten houden1
    • bedenk wel dat je vroeg op moet1
  2. toch maar niet doen1
    • ik wilde gaan schaatsen, maar ik heb me bedacht1
  3. iets in je hoofd halen1
    • kun je een woord bedenken met -ing op het eind?1

Wiktionary: bedenken

bedenken
verb
  1. gedachten laten gaan over, denken over
  2. door nadenken vinden
  3. iets schenken aan
  4. zich ~: op een besluit terugkomen, van gedachten veranderen

Cross Translation:
FromToVia
bedenken acuñar coin — to make up or invent, and establish
bedenken ingeniarse come up with — to invent, create
bedenken considerar bedenken — sich gedanklich mit etwas auseinandersetzen
bedenken idear; imaginar erdenken — (transitiv) etwas ausdenken, sich etwas Neues einfallen lassen
bedenken imaginar imaginer — Se représenter quelque chose dans l’esprit.
bedenken reflejar; reflexionar; meditar réfléchir — À trier

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van bedacht