Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. gebreid:
  2. breien:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gebreid (Nederlands) in het Spaans

gebreid:

gebreid bijvoeglijk naamwoord

  1. gebreid
    tejido; de punto

Vertaal Matrix voor gebreid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
tejido geweven stof; goed; kledingmateriaal; spinnenweb; spint; web; weefsel; weefsel anatomie
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
de punto gebreid
tejido gebreid geweven

breien:

breien werkwoord (brei, breit, breide, breiden, gebreid)

  1. breien

Conjugations for breien:

o.t.t.
  1. brei
  2. breit
  3. breit
  4. breien
  5. breien
  6. breien
o.v.t.
  1. breide
  2. breide
  3. breide
  4. breiden
  5. breiden
  6. breiden
v.t.t.
  1. heb gebreid
  2. hebt gebreid
  3. heeft gebreid
  4. hebben gebreid
  5. hebben gebreid
  6. hebben gebreid
v.v.t.
  1. had gebreid
  2. had gebreid
  3. had gebreid
  4. hadden gebreid
  5. hadden gebreid
  6. hadden gebreid
o.t.t.t.
  1. zal breien
  2. zult breien
  3. zal breien
  4. zullen breien
  5. zullen breien
  6. zullen breien
o.v.t.t.
  1. zou breien
  2. zou breien
  3. zou breien
  4. zouden breien
  5. zouden breien
  6. zouden breien
diversen
  1. brei!
  2. breit!
  3. gebreid
  4. breiend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor breien:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hacer punto breien

Wiktionary: breien


Cross Translation:
FromToVia
breien tricotar; [[hacer punto]]; tejer knit — to make fabric from thread or yarn
breien hacer punto de aguja; tricotar tricoterexécuter un tissu à mailles, soit à la main, à l’aide d’aiguilles longues et émousser, soit avec un métier spécial.