Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. ingrijpend:
  2. ingrijpen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor ingrijpend (Nederlands) in het Spaans

ingrijpend:

ingrijpend bijvoeglijk naamwoord

  1. ingrijpend
    drástico; profundo

Vertaal Matrix voor ingrijpend:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
drástico ingrijpend beslist; besluitvaardig; doortastend; drastisch; ferm; gedecideerd; kordaat; krachtdadig; krachtig; radicaal; radikaal; resoluut; sterk; vastberaden; volkomen
profundo ingrijpend absoluut; degelijk; diep; diepgaand; diepgravend; diepzinnig; grondig; hartgrondig; heftig; helemaal; hevig; in het geheel; indringende; innig; intens; intensief; niet oppervlakkig; totaal; volkomen

Verwante woorden van "ingrijpend":

  • ingrijpender, ingrijpendere, ingrijpendst, ingrijpendste

ingrijpen:

ingrijpen werkwoord (grijp in, grijpt in, greep in, grepen in, ingegrepen)

  1. ingrijpen (tussenbeide komen; interfereren; interveniëren; )
  2. ingrijpen (toetasten; toegrijpen; zich bedienen; grijpen; aanpakken)

Conjugations for ingrijpen:

o.t.t.
  1. grijp in
  2. grijpt in
  3. grijpt in
  4. grijpen in
  5. grijpen in
  6. grijpen in
o.v.t.
  1. greep in
  2. greep in
  3. greep in
  4. grepen in
  5. grepen in
  6. grepen in
v.t.t.
  1. heb ingegrepen
  2. hebt ingegrepen
  3. heeft ingegrepen
  4. hebben ingegrepen
  5. hebben ingegrepen
  6. hebben ingegrepen
v.v.t.
  1. had ingegrepen
  2. had ingegrepen
  3. had ingegrepen
  4. hadden ingegrepen
  5. hadden ingegrepen
  6. hadden ingegrepen
o.t.t.t.
  1. zal ingrijpen
  2. zult ingrijpen
  3. zal ingrijpen
  4. zullen ingrijpen
  5. zullen ingrijpen
  6. zullen ingrijpen
o.v.t.t.
  1. zou ingrijpen
  2. zou ingrijpen
  3. zou ingrijpen
  4. zouden ingrijpen
  5. zouden ingrijpen
  6. zouden ingrijpen
diversen
  1. grijp in!
  2. grijpt in!
  3. ingegrepen
  4. ingrijpend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor ingrijpen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
intervenir bemiddelen; ingrijpen; interfereren; interrumperen; interveniëren; tussenbeide komen; tussenkomen bemiddelen; optreden; performen; spelen; tussenkomen; tussenspringen
intervenir en bemiddelen; ingrijpen; interfereren; interrumperen; interveniëren; tussenbeide komen; tussenkomen bemoeien; inmengen; meedoen; meespelen; mengen
servirse aanpakken; grijpen; ingrijpen; toegrijpen; toetasten; zich bedienen
servirse a sí mismo aanpakken; grijpen; ingrijpen; toegrijpen; toetasten; zich bedienen
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
intervenir tussenbeide

Wiktionary: ingrijpen

ingrijpen
verb
  1. zich beslissend mengen in het verloop van iets

Cross Translation:
FromToVia
ingrijpen intervenir intervene — to come between, or to be between, persons or things