Nederlands

Uitgebreide vertaling voor kandij (Nederlands) in het Spaans

kandij:

kandij [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de kandij
    el caramelo; el dulce; el dulces; la golosinas; el azúcar cande; la chucherías; el confite; la sabrosidad; el confites

Vertaal Matrix voor kandij:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
azúcar cande kandij kandijsuiker; lekkers; snoepgoed; snoepjes; tussendoortje; versnapering; zoetigheid
caramelo kandij babbelaar; hopje; karamel; karamel bonbon; kletser; lekkers; leuterkous; ouwehoer; snoepgoed; snoepjes; toffee; tussendoortje; ulevel; versnapering; zoetigheid; zwamneus
chucherías kandij banketbakker; lekkers; snoepgoed; snoepjes; snuisterijen; suikerbakkerij; tussendoortje; versnapering; zoetigheid
confite kandij lekkers; snoepgoed; snoepjes; zoetigheid
confites kandij conserven; konfijt; lekkers; snoepgoed; snoepjes; zoetigheid
dulce kandij lekkers; tussendoortje; ulevel; versnapering; zoetigheid
dulces kandij gebak; lekkers; snoep; snoepgoed; snoepjes; suikergoed; suikerwerk; taart; tussendoortje; versnapering; zoetigheid
golosinas kandij lekkers; snoep; snoepgoed; snoepjes; zoetigheid
sabrosidad kandij heerlijkheid
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
caramelo beige; caramel; lichtbruin
dulce elegant; gesuikerd; gracieus; lieftallig; mals; sierlijk; zacht; zacht aanvoelend; zoet; zoetsappig; zoetsmakend

Wiktionary: kandij

kandij
noun
  1. gekristalliseerde, meestal bruine suiker

Cross Translation:
FromToVia
kandij azúcar cande; azúcar roca; azúcar piedra Kandis — weißer oder brauner Zucker, der an (gezwirnten) Fäden brockenweise auskristallisiert ist