Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. kier:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor kier (Nederlands) in het Spaans

kier:

kier [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de kier (sleuf; opening; gleuf)
    la ranura; la grieta; la rendija
    • ranura [la ~] zelfstandig naamwoord
    • grieta [la ~] zelfstandig naamwoord
    • rendija [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor kier:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
grieta gleuf; kier; opening; sleuf barst; breuk; kiertje; kloof; krak; opening; rotsspelonk; rotsspleet; scheur; spleet; tussenruimte; uitsparing
ranura gleuf; kier; opening; sleuf bergkloof; bergspleet; geul; gleuf; groef; groeve; kloof; langwerpige uitholling; naad; opening; ribbel; rotskloof; sleuf; sponning; vaargeul; voeg; vore
rendija gleuf; kier; opening; sleuf bergkloof; bergspleet; geul; gleuf; groef; groeve; kloof; langwerpige uitholling; opening; rotskloof; sleuf; vaargeul; vore

Verwante woorden van "kier":