Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. kursus:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor kursus (Nederlands) in het Spaans

kursus:

kursus [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. kursus (cursus; studie; leergang)
    el estudios; el curso; la carrera; el cursillo
    • estudios [el ~] zelfstandig naamwoord
    • curso [el ~] zelfstandig naamwoord
    • carrera [la ~] zelfstandig naamwoord
    • cursillo [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor kursus:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
carrera cursus; kursus; leergang; studie concours; draven; ervaring; gedraaf; gehaast; gehol; gejaag; gejacht; gejakker; geren; hardloopwedstrijd; hardloperij; loop; partij; pot; praktijk; race; rennen; routine; strijd; wedloop; wedloop van hardlopers; wedren; wedstrijd
cursillo cursus; kursus; leergang; studie les; lesuur
curso cursus; kursus; leergang; studie beloop; klas; les; lesuur; schoolklas
estudios cursus; kursus; leergang; studie bestudering; ervaring; les; lesuur; oefening; opnamestudio; praktijk; routine; studeerkamers; studeervertrekken; studio's; vaardigheidsoefening; werkkamers
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
curso verloop