Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. ongezelligheid:
  2. ongezellig:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor ongezelligheid (Nederlands) in het Spaans

ongezelligheid:

ongezelligheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de ongezelligheid (kilte)
    la indiferencia; la falta de intimidad; la insociabilidad

Vertaal Matrix voor ongezelligheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
falta de intimidad kilte; ongezelligheid
indiferencia kilte; ongezelligheid achteloosheid; afgestomptheid; desinteresse; gebrek aan interesse; gevoelloosheid; gevoelsarmoede; kilheid; nonchalance; ongevoeligheid; ongeïnteresseerdheid; onverschilligheid
insociabilidad kilte; ongezelligheid

Verwante woorden van "ongezelligheid":


ongezellig:

ongezellig bijvoeglijk naamwoord

  1. ongezellig (onbehaaglijk)
    desagradable; incómodo; deprimente

Vertaal Matrix voor ongezellig:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
deprimente onbehaaglijk; ongezellig akelig; beroerd; ellendig; naar; naargeestig; somber
desagradable onbehaaglijk; ongezellig achterbaks; akelig; bedeesd; beroerd; beschroomd; betreurenswaardig; bleu; brutaal; deerlijk; doortrapt; ellendig; erg; ernstig; gegeneerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; helaas; hinderlijk; hondsbrutaal; in het geniep; jammer; jammer genoeg; jammerlijk; kil; koud en vochtig; kwalijk; lastig; leep; listig; naar; naargeestig; onaangenaam; onaardig; onappetijtelijk; onbehaaglijk; onbevredigend; ondankbaar; ongelegen; onhartelijk; onhebbelijk; onheus; onplezierig; onprettig; onsmakelijk; onsympathiek; ontoereikend; onverdraagzaam; onverkwikkelijk; onvoldoende; onvriendelijk; onwelwillend; onwennig; schroomvallig; schuchter; slinks; sluw; sneu; snood; somber; spijtig; stiekem; storend; teleurstellend; timide; uitgekookt; van bedenkelijke aard; verlegen; vrijpostig; walgelijk; wrangig
incómodo onbehaaglijk; ongezellig gegeneerd; genant; gênant; hinder veroorzakend; hinderlijk; krukkig; lastig; naar; onaangenaam; onbehaaglijk; onbeholpen; oncomfortabel; ongelegen; ongemakkelijk; ongerieflijk; onhandig; onplezierig; onprettig; onverkwikkelijk; onwennig; opgelaten; pijnlijk; schutterig; slungelig; storend; stumperig; stuntelig; sukkelend; sukkelig

Verwante woorden van "ongezellig":