Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. peddelen:
  2. peddel:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor peddelen (Nederlands) in het Spaans

peddelen:

peddelen werkwoord (peddel, peddelt, peddelde, peddelden, gepeddeld)

  1. peddelen

Conjugations for peddelen:

o.t.t.
  1. peddel
  2. peddelt
  3. peddelt
  4. peddelen
  5. peddelen
  6. peddelen
o.v.t.
  1. peddelde
  2. peddelde
  3. peddelde
  4. peddelden
  5. peddelden
  6. peddelden
v.t.t.
  1. heb gepeddeld
  2. hebt gepeddeld
  3. heeft gepeddeld
  4. hebben gepeddeld
  5. hebben gepeddeld
  6. hebben gepeddeld
v.v.t.
  1. had gepeddeld
  2. had gepeddeld
  3. had gepeddeld
  4. hadden gepeddeld
  5. hadden gepeddeld
  6. hadden gepeddeld
o.t.t.t.
  1. zal peddelen
  2. zult peddelen
  3. zal peddelen
  4. zullen peddelen
  5. zullen peddelen
  6. zullen peddelen
o.v.t.t.
  1. zou peddelen
  2. zou peddelen
  3. zou peddelen
  4. zouden peddelen
  5. zouden peddelen
  6. zouden peddelen
en verder
  1. ben gepeddeld
  2. bent gepeddeld
  3. is gepeddeld
  4. zijn gepeddeld
  5. zijn gepeddeld
  6. zijn gepeddeld
diversen
  1. peddel!
  2. peddelt!
  3. gepeddeld
  4. peddelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor peddelen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dar paladas peddelen

Verwante woorden van "peddelen":


Wiktionary: peddelen


Cross Translation:
FromToVia
peddelen chapotear barboterbredouiller, marmonner, parler d’une manière confuse, s’embrouiller dans ses explications.
peddelen vadear; chapotear pataugermarcher dans une eau bourbeux.

peddel:

peddel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de peddel
    el zagual; el canalete; la pala
    • zagual [el ~] zelfstandig naamwoord
    • canalete [el ~] zelfstandig naamwoord
    • pala [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor peddel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
canalete peddel paddel; schoep van een scheprad
pala peddel blik; grijparm; hakhout; metaal; paddel; schep; scheplepel; schoep van een scheprad; schop; slaghout; spade; tin; vangarm
zagual peddel

Verwante woorden van "peddel":

  • peddelen, peddels, peddeltje, peddeltjes

Wiktionary: peddel

peddel
noun
  1. stok met aan het uiteinde een verbreding, gebruikt om een vaartuig voort te bewegen

Cross Translation:
FromToVia
peddel pala paddle — double-bladed oar used for kayaking