Overzicht


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor planken (Nederlands) in het Spaans

planken:

planken [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de planken (legborden)
    la estanterías; el estantes
  2. de planken (schappen)
    la estanterías; el estantes; el repisas

Vertaal Matrix voor planken:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
estanterías legborden; planken; schappen boekenkasten
estantes legborden; planken; schappen
repisas planken; schappen

Verwante woorden van "planken":


plank:

plank [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de plank (schap)
    el estante
    • estante [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor plank:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
estante plank; schap boekenplank; legbord

Verwante woorden van "plank":


Verwante definities voor "plank":

  1. plat lang stuk hout1
    • het hek is gemaakt van planken1

Wiktionary: plank


Cross Translation:
FromToVia
plank tablero; tabla board — piece of wood or other material
plank tablón plank — long, broad and thick piece of timber
plank anaquel; estante; estantería; librería Etagereveraltend: Regalbrett, offenes Regal für Bücher, Geschirr, Gewürze, Toilettartikel und andere Dinge
plank tabla; tablero; plancha; panel; cuarterón; pancarta; albardón panneau — Petit pan.
plank plancha; tablero; tabla; anaquel; estante; repisa; cuadro; bancal; macizo planche — ais de bois, mince et long
plank estantería; estante; repisa étagère — Meuble constitué de planches superposées.