Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. ransel:
  2. ranselen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor ransel (Nederlands) in het Spaans

ransel:

ransel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de ransel (knapzak)
    el morral; la burjaca; la barjuleta
    • morral [el ~] zelfstandig naamwoord
    • burjaca [la ~] zelfstandig naamwoord
    • barjuleta [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor ransel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
barjuleta knapzak; ransel rugzak
burjaca knapzak; ransel rugzak
morral knapzak; ransel haverzak; jagerstas; rugzak; voederzak; voerzak

Verwante woorden van "ransel":


Wiktionary: ransel


Cross Translation:
FromToVia
ransel mochila satchel — bag or case with one or two shoulder straps

ransel vorm van ranselen:

ranselen werkwoord (ransel, ranselt, ranselde, ranselden, geranseld)

  1. ranselen
    batir; dar una paliza

Conjugations for ranselen:

o.t.t.
  1. ransel
  2. ranselt
  3. ranselt
  4. ranselen
  5. ranselen
  6. ranselen
o.v.t.
  1. ranselde
  2. ranselde
  3. ranselde
  4. ranselden
  5. ranselden
  6. ranselden
v.t.t.
  1. heb geranseld
  2. hebt geranseld
  3. heeft geranseld
  4. hebben geranseld
  5. hebben geranseld
  6. hebben geranseld
v.v.t.
  1. had geranseld
  2. had geranseld
  3. had geranseld
  4. hadden geranseld
  5. hadden geranseld
  6. hadden geranseld
o.t.t.t.
  1. zal ranselen
  2. zult ranselen
  3. zal ranselen
  4. zullen ranselen
  5. zullen ranselen
  6. zullen ranselen
o.v.t.t.
  1. zou ranselen
  2. zou ranselen
  3. zou ranselen
  4. zouden ranselen
  5. zouden ranselen
  6. zouden ranselen
en verder
  1. ben geranseld
  2. bent geranseld
  3. is geranseld
  4. zijn geranseld
  5. zijn geranseld
  6. zijn geranseld
diversen
  1. ransel!
  2. ranselt!
  3. geranseld
  4. ranselend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor ranselen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
batir ranselen beroeren; iemand raken; iemand treffen; inkloppen; klutsen; knuppelen; raken; roeren; treffen
dar una paliza ranselen knuppelen

Verwante woorden van "ranselen":