Nederlands

Uitgebreide vertaling voor tekenend (Nederlands) in het Spaans

tekenend:

tekenend bijvoeglijk naamwoord

  1. tekenend (karakteristiek; kenmerkend; typisch; typerend)
    típico; característico; típico de; distintivo; descriptivo; particular; característico de; curioso; singular; peculiar; caracterizante
  2. tekenend (typerend; kenschetsend)
    característico; típico; caracterizante

Vertaal Matrix voor tekenend:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
distintivo badge; distinctief; eigenschap; herkenningsteken; kenmerk; maken van onderscheid; merk; merkteken; onderscheiding; ordeteken
singular enkelvoud
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
caracterizante karakteristiek; kenmerkend; kenschetsend; tekenend; typerend; typisch beschrijvend; karakteriserend
característico karakteristiek; kenmerkend; kenschetsend; tekenend; typerend; typisch apart; beschrijvend; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; dwaas; eigenaardig; excentriek; frappant; gek; in het oog lopend; in het oog springend; karakteriserend; maf; mal; merkwaardig; ongewoon; opmerkelijk; opmerkenswaardig; opvallend; saillant; treffend; typisch; vreemd; zonderling
característico de karakteristiek; kenmerkend; tekenend; typerend; typisch autochtoon; beschrijvend; inheems; inlands; karakteriserend
curioso karakteristiek; kenmerkend; tekenend; typerend; typisch achterlijk; apart; benieuwd; bezienswaardig; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; dwaas; eigenaardig; excentriek; frappant; gek; geschift; gestoord; het aanzien waard; idioot; idioterig; in het oog lopend; in het oog springend; informatorisch; kijkgraag; kijklustig; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; merkwaardig; mesjogge; niet goed snik; nieuwsgierig; ongewoon; opmerkelijk; opmerkenswaardig; opvallend; saillant; stupide; treffend; typisch; vreemd; weetgierig; zonderling; zot
descriptivo karakteristiek; kenmerkend; tekenend; typerend; typisch beschrijvend; karakteriserend
distintivo karakteristiek; kenmerkend; tekenend; typerend; typisch onderscheidend
particular karakteristiek; kenmerkend; tekenend; typerend; typisch apart; autochtoon; bijzonder; bizar; buitengemeen; buitengewoon; buitenissig; buitensporig; curieus; eigenaardig; excentriek; excessief; extreem; heel erg; hogelijk; inheems; inlands; merkwaardig; ongewoon; particulier; ten zeerste; typisch; uitermate; uiterst; vreemd; zeer; zonderling
peculiar karakteristiek; kenmerkend; tekenend; typerend; typisch apart; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; dwaas; eigenaardig; enig; enig in zijn soort; excentriek; gek; maf; mal; merkwaardig; ongewoon; onvergelijkbaar; onvergelijkelijk; typisch; uitzonderlijke; uniek; vreemd; zonderling
singular karakteristiek; kenmerkend; tekenend; typerend; typisch afzonderlijk; alleenstaand; apart; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; eigenaardig; enkel; enkelvoudig; excentriek; gescheiden; losstaand; merkwaardig; niet gewend; ongemeen; ongewoon; op zich; op zichzelf staand; separaat; typisch; uitzonderlijke; vreemd; vrijstaand; zonderling
típico karakteristiek; kenmerkend; kenschetsend; tekenend; typerend; typisch apart; beschrijvend; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; dwaas; eigenaardig; excentriek; frappant; gek; in het oog lopend; in het oog springend; karakteriserend; maf; mal; merkwaardig; ongewoon; opmerkelijk; opmerkenswaardig; opvallend; saillant; treffend; typisch; vreemd; zonderling
típico de karakteristiek; kenmerkend; tekenend; typerend; typisch beschrijvend; karakteriserend

tekenen:

tekenen werkwoord (teken, tekent, tekende, tekenden, getekend)

  1. tekenen (portretteren; afbeelden; schilderen)
    pintar; dibujar; retratar
  2. tekenen (uittekenen)
    dibujar
  3. tekenen (ondertekenen; signeren)
    firmar
  4. tekenen (karakteriseren; kenmerken; typeren; kenschetsen)

Conjugations for tekenen:

o.t.t.
  1. teken
  2. tekent
  3. tekent
  4. tekenen
  5. tekenen
  6. tekenen
o.v.t.
  1. tekende
  2. tekende
  3. tekende
  4. tekenden
  5. tekenden
  6. tekenden
v.t.t.
  1. heb getekend
  2. hebt getekend
  3. heeft getekend
  4. hebben getekend
  5. hebben getekend
  6. hebben getekend
v.v.t.
  1. had getekend
  2. had getekend
  3. had getekend
  4. hadden getekend
  5. hadden getekend
  6. hadden getekend
o.t.t.t.
  1. zal tekenen
  2. zult tekenen
  3. zal tekenen
  4. zullen tekenen
  5. zullen tekenen
  6. zullen tekenen
o.v.t.t.
  1. zou tekenen
  2. zou tekenen
  3. zou tekenen
  4. zouden tekenen
  5. zouden tekenen
  6. zouden tekenen
en verder
  1. ben getekend
  2. bent getekend
  3. is getekend
  4. zijn getekend
  5. zijn getekend
  6. zijn getekend
diversen
  1. teken!
  2. tekent!
  3. getekend
  4. tekenend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor tekenen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
pintar afbeelden; afschilderen; beschilderen
retratar afbeelden; afschilderen; uitschilderen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
caracterizar karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; tekenen; typeren aftekenen; contrasteren; karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; paraferen; typeren; uitbeelden; uitdrukken; uitdrukking geven aan; uiten; uiting geven aan; verbeelden; verpersonificeren; vertolken; verwoorden
describir karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; tekenen; typeren afschilderen; bepalen; beschrijven; definiëren; doen lijken; karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; omschrijven; schetsen; typeren; weergeven
dibujar afbeelden; portretteren; schilderen; tekenen; uittekenen met pen overtekenen; overtrekken
distinguir karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; tekenen; typeren aankijken; aanschouwen; bekijken; bemerken; beseffen; differentiëren; doorzien; een ereteken geven; gadeslaan; gewaarworden; horen; inzien; kijken; merken; observeren; onderkennen; onderscheid maken; onderscheiden; ontwaren; opmerken; realiseren; signaleren; staren; te zien krijgen; toeschouwen; turen; uit elkaar houden; uiteenhouden; van elkaar onderscheiden; voelen; waarnemen; zien
firmar ondertekenen; signeren; tekenen aftekenen; contract aangaan; contrasteren; in werking treden; inboeken; paraferen
pintar afbeelden; portretteren; schilderen; tekenen adviseren; afschilderen; beschilderen; doen lijken; iets aanraden; ingeven; lakken; raden; schilderen; suggereren; uitbeelden; uitschilderen; verbeelden; verpersonificeren; vertolken; verven
retratar afbeelden; portretteren; schilderen; tekenen
tipificar karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; tekenen; typeren

Verwante woorden van "tekenen":


Synoniemen voor "tekenen":


Verwante definities voor "tekenen":

  1. er je handtekening onder zetten1
    • je moet dit formulier nog tekenen1
  2. duidelijk laten uitkomen hoe het is1
    • het tekent hem dat hij een uur te laat was1
  3. een afbeelding van iets of iemand maken1
    • hij tekende een landschap1

Wiktionary: tekenen


Cross Translation:
FromToVia
tekenen dibujar draw — to produce a picture
tekenen dibujar drawing — act of producing a picture
tekenen dibujo drawing — graphic art form
tekenen delinear; dibujar zeichnen — (transitiv) eine bildliche Darstellung mittels Stift, Kohle, Kreide und Ähnlichem oder mittels stiftbasierter Eingabegeräte (Touchpens), virtuellem Stift beziehungsweise Mausklick vornehmlich in Linien und Strichen von etwas oder jemandem (künstlerisch) anfertigen, welche sich letztlich
tekenen caracterizar; marcar; señalar; formar; moldear zeichnen — (transitiv) etwas mit einem oder mehreren Zeichen versehen
tekenen firmar; subscribir; suscribir zeichnen — (transitiv) unterzeichnen
tekenen dibujar dessiner — Reeprésenter par un dessin
tekenen designar; adscribir désigner — Traduction à trier
tekenen marcar; señalar marquer — Distinguer une chose d’une autre au moyen d’une marque. (Sens général).
tekenen firmar; subscribir signer — À trier