Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. verblind:
  2. verblinden:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor verblind (Nederlands) in het Spaans

verblind:


verblinden:

verblinden werkwoord (verblind, verblindt, verblindde, verblindden, verblind)

  1. verblinden
    deslumbrar; cegar

Conjugations for verblinden:

o.t.t.
  1. verblind
  2. verblindt
  3. verblindt
  4. verblinden
  5. verblinden
  6. verblinden
o.v.t.
  1. verblindde
  2. verblindde
  3. verblindde
  4. verblindden
  5. verblindden
  6. verblindden
v.t.t.
  1. heb verblind
  2. hebt verblind
  3. heeft verblind
  4. hebben verblind
  5. hebben verblind
  6. hebben verblind
v.v.t.
  1. had verblind
  2. had verblind
  3. had verblind
  4. hadden verblind
  5. hadden verblind
  6. hadden verblind
o.t.t.t.
  1. zal verblinden
  2. zult verblinden
  3. zal verblinden
  4. zullen verblinden
  5. zullen verblinden
  6. zullen verblinden
o.v.t.t.
  1. zou verblinden
  2. zou verblinden
  3. zou verblinden
  4. zouden verblinden
  5. zouden verblinden
  6. zouden verblinden
diversen
  1. verblind!
  2. verblindt!
  3. verblind
  4. verblindend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor verblinden:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
cegar verblinden dichtslaan; dichtwerpen
deslumbrar verblinden

Wiktionary: verblinden


Cross Translation:
FromToVia
verblinden cegar blind — make temporarily or permanently blind
verblinden encandilar; obnubilar dazzle — confuse the sight