Nederlands

Uitgebreide vertaling voor koel (Nederlands) in het Frans

koel:

koel bijvoeglijk naamwoord

  1. koel (afstandelijk; koud)
    froid; réservé; froidement
  2. koel (fris; luchtig)
    frais; aéré; frisquet
  3. koel (onaangedaan; koud; onbewogen; onberoerd)
    froid; vierge; frigide; froidement; tranquille; naturel; impassible; calme; virginal; en paix; insensible; rationnel; objectif; pur; spontané; intégral; intact; calmement; objectivement; en entier; inaltéré; rationnellement; sans être dérangé
  4. koel (zakelijk; nuchter)
    rationnel; réservé; impersonel; rationnellement; avec réserve
  5. koel (fris; frisjes)
    frais; fraîche; froid; fraîchement; froidement
  6. koel (terughoudend; gereserveerd; ingetogen; )
    réservé; retenu; taciturne
  7. koel (fris)
    frais; froid
    • frais bijvoeglijk naamwoord
    • froid bijvoeglijk naamwoord
  8. koel (gekoeld)
    refroidi; frais
  9. koel (koudmakend)
    refroidissant

Vertaal Matrix voor koel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
calme bedaardheid; geduld; gelijkmatigheid; gelijkmoedigheid; gemak; gemoedsrust; gerustheid; kalmheid; kalmte; nuchterheid; onverstoorbaarheid; rust; rustigheid; sereniteit; stilheid; stilte; vrede; vredessituatie; vredigheid; windstilte
frais afkoeling; belasting; besteding; gelduitgave; heffing; kost; kosten; leges; onkosten; toeslag; uitgaaf; uitgave; uitgaven; verkoeling
froid afstandelijkheid; frisheid; gereserveerdheid; kilte; koelheid; koelte; kou; koude; koudheid
naturel eenvoud; naturel; natuurlijkheid; ongedwongenheid; ongekunsteldheid
objectif doel; doeleinde; doelstelling; doelwit; intentie; inzet; mikpunt; moedwil; oogmerk; schietschijf; streven; toeleg; voornemen
vierge maagd
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avec réserve koel; nuchter; zakelijk ingetrokken
aéré fris; koel; luchtig
calme koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen bedaard; berustend; gedeisd; gelaten; gelijkmoedig; kalm; kalmpjes; lijdelijk; onbewogen; ongehinderd; ongemoeid; ongestoord; onverstoord; rustig; rustig aan; rustigjes; sereen; stil; stilletjes aan; vrijuit; windstil
calmement koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen akkertje; bedaard; gelijkmoedig; gemak; kalm; kalmaan; kalmpjes; ongehinderd; ongemoeid; ongestoord; onverstoord; rustig; rustig aan; rustigjes; stilletjes aan; vrijuit
en entier koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; ongebruikt; ongeopend; voluit
en paix koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen ongehinderd; ongemoeid; ongestoord; onverstoord; vrijuit
frais fris; frisjes; gekoeld; koel; luchtig kil; koeltjes; nieuw; nieuwbakken; nieuwe; onbestorven; vers; versgebakken
fraîche fris; frisjes; koel
fraîchement fris; frisjes; koel nieuw; nieuwbakken; vers; versgebakken
frigide koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen frigide
frisquet fris; koel; luchtig
froid afstandelijk; fris; frisjes; koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen bikkelhard; emotieloos; gevoelloos; glashard; guur; hard; hardvochtig; harteloos; ijzerhard; indifferent; keihard; kil; koelbloedig; koeltjes; koud; koud en vochtig; laag van temperatuur; laconiek; lauw; liefdeloos; onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; ongebruikt; ongefundeerd; ongegrond; ongemotiveerd; ongeopend; ongevoelig; ongeïnteresseerd; onverschillig; onverschrokken; staalhard; steenhard; zeer hard; zielloos; zonder grond
froidement afstandelijk; fris; frisjes; koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen doodgemoedereerd; doodkalm; guur; kil; koelbloedig; koeltjes; koud en vochtig; onverschrokken
impassible koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen bedaard; chagrijnig; emotieloos; gelijkmoedig; gerust; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; kalm; knorrig; koelbloedig; korzelig; liefdeloos; luchthartig; nors; nurks; onaandoenlijk; onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; onbekommerd; onbesuisd; onbewogen; onbezorgd; onbuigzaam; onderkoeld; ongebruikt; ongehinderd; ongemoeid; ongeopend; ongestoord; ongevoelig; onverschillig; onverschrokken; onverstoord; onverzettelijk; onverzwakt; rustig; star; stijfkoppig; strak; stug; taai; verstard; vrijuit; zielloos; zorgeloos
impersonel koel; nuchter; zakelijk
inaltéré koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen gaaf; heel; heelhuids; intact; maagdelijk; onaangebroken; onaangeraakt; onaangeroerd; onaangetast; ongebruikt; ongedeerd; ongekwetst; ongeopend; ongerept; ongeschonden; onverzwakt; puur; virginaal; zuiver
insensible koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen bikkelhard; emotieloos; geen pijn voelend; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; ijzerhard; keihard; liefdeloos; niet-voelend; onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; ongebruikt; ongeopend; ongevoelig; onmerkbaar; staalhard; steenhard; zielloos
intact koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen gaaf; heel; heelhuids; intact; kuis; maagdelijk; onaangebroken; onaangeraakt; onaangeroerd; onaangetast; onbedorven; onbeschadigd; onbevlekt; ongebruikt; ongedeerd; ongekwetst; ongeopend; ongerept; ongeschonden; onschuldig; onverkort; onverzwakt; puur; rein; schadeloos; virginaal; vlekkeloos; zuiver
intégral koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen algeheel; allemaal; alles; compleet; foutloos; integraal; kompleet; onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; ongebruikt; ongeopend; onverkort; perfect; volkomen; volledig; volmaakt; volslagen
naturel koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen 'tuurlijk; aangeboren; allicht; autochtoon; bijgevolg; dus; eenvoudig; eigen; gemakkelijk; in een handomdraai; ingeboren; inheems; inlands; licht; logisch; makkelijk; moeiteloos; natuurlijk; niet moeilijk; onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; ongebruikt; ongecompliceerd; ongedwongen; ongekunsteld; ongeopend; onontkomelijk; simpel; uiteraard; van nature aanwezig; vanzelf; vanzelfsprekend; zeker; zonder moeite; zonder twijfel
objectif koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen neutraal; objectief; onpartijdig; onzijdig
objectivement koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen objectief; onpartijdig
pur koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen brandschoon; echt; gaaf; gekuist; gewoonweg; klare; klinkklaar; kuis; maagdelijk; natuurlijk; onaangebroken; onaangeraakt; onaangeroerd; onaangetast; onbedorven; onbevlekt; ongebruikt; ongedwongen; ongekunsteld; ongeopend; ongerept; onschuldig; onvermengd; onversneden; onvervalst; onverzwakt; pure; puur; rechttoe; rein; smetteloos; virginaal; vlekkeloos; zuiver; zuivere
rationnel koel; koud; nuchter; onaangedaan; onberoerd; onbewogen; zakelijk beredeneerd; rationeel; redelijk; verstandelijk
rationnellement koel; koud; nuchter; onaangedaan; onberoerd; onbewogen; zakelijk logisch; volgens de logica
refroidi gekoeld; koel
refroidissant koel; koudmakend
retenu geheimzinnig; gereserveerd; gesloten; ingetogen; koel; terughoudend; terughoudende afgehouden; bescheiden; discreet; discrete; gematigd; geremd; getemperd; ingehouden; ingetogen; kies; onbuigzaam; onverzettelijk; stemmig; stijfkoppig; stug; taai
réservé afstandelijk; geheimzinnig; gereserveerd; gesloten; ingetogen; koel; koud; nuchter; terughoudend; terughoudende; zakelijk bescheiden; besproken; discreet; discrete; gematigd; gereserveerd; gesloten; getemperd; ingetogen; ingetrokken; kies; onbuigzaam; onverzettelijk; opzijgezet; stemmig; stijfkoppig; stil; stug; taai; taciturn; weinig spraakzaam; zwijgend; zwijgzaam
sans être dérangé koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen ongehinderd; ongemoeid; ongestoord; onverstoord; vrijuit
spontané koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen natuurlijk; onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; ongebruikt; ongedwongen; ongekunsteld; ongeopend
taciturne geheimzinnig; gereserveerd; gesloten; ingetogen; koel; terughoudend; terughoudende geluidloos; gesloten; onbuigzaam; onverzettelijk; stijfkoppig; stil; stilzwijgend; stug; taai; taciturn; weinig spraakzaam; zonder geluid; zwijgend; zwijgzaam
tranquille koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen bedaard; gedeisd; gelijkmoedig; geluidloos; gerust; kalm; kalmpjes; luchthartig; onbekommerd; onbesuisd; onbewogen; onbezorgd; ongehinderd; ongemoeid; ongestoord; onverstoord; rustig; rustig aan; rustige; sereen; stil; stilletjes aan; stilzwijgend; vrijuit; zonder geluid; zorgeloos; zwijgend
vierge koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen blanco; gaaf; inhoudsloos; kuis; leeg; maagdelijk; onaangebroken; onaangeraakt; onaangeroerd; onaangetast; onbeschreven; onbevlekt; ongebruikt; ongecultiveerd; ongeopend; ongerept; oningevuld; onontgonnen; onschuldig; onverzwakt; puur; rein; virginaal; zuiver
virginal koel; koud; onaangedaan; onberoerd; onbewogen gaaf; kuis; maagdelijk; onaangebroken; onaangeraakt; onaangeroerd; onaangetast; onbevlekt; ongebruikt; ongeopend; ongerept; onschuldig; puur; rein; virginaal; zuiver

Verwante woorden van "koel":

  • koelheid, koeler, koelere, koelst, koelste, koele

Wiktionary: koel


Cross Translation:
FromToVia
koel froid cold — having a low temperature
koel froid cold — unfriendly
koel frais cool — having a slightly low temperature

koel vorm van koelen:

koelen werkwoord (koel, koelt, koelde, koelden, gekoeld)

  1. koelen (verkoelen; verkillen; afkoelen)
    refroidir; rafraîchir; se refroidir; se rafraîchir
    • refroidir werkwoord (refroidis, refroidit, refroidissons, refroidissez, )
    • rafraîchir werkwoord (rafraîchis, rafraîchit, rafraîchissons, rafraîchissez, )
    • se refroidir werkwoord
    • se rafraîchir werkwoord

Conjugations for koelen:

o.t.t.
  1. koel
  2. koelt
  3. koelt
  4. koelen
  5. koelen
  6. koelen
o.v.t.
  1. koelde
  2. koelde
  3. koelde
  4. koelden
  5. koelden
  6. koelden
v.t.t.
  1. heb gekoeld
  2. hebt gekoeld
  3. heeft gekoeld
  4. hebben gekoeld
  5. hebben gekoeld
  6. hebben gekoeld
v.v.t.
  1. had gekoeld
  2. had gekoeld
  3. had gekoeld
  4. hadden gekoeld
  5. hadden gekoeld
  6. hadden gekoeld
o.t.t.t.
  1. zal koelen
  2. zult koelen
  3. zal koelen
  4. zullen koelen
  5. zullen koelen
  6. zullen koelen
o.v.t.t.
  1. zou koelen
  2. zou koelen
  3. zou koelen
  4. zouden koelen
  5. zouden koelen
  6. zouden koelen
en verder
  1. ben gekoeld
  2. bent gekoeld
  3. is gekoeld
  4. zijn gekoeld
  5. zijn gekoeld
  6. zijn gekoeld
diversen
  1. koel!
  2. koelt!
  3. gekoeld
  4. koelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor koelen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
rafraîchir afkoelen; koelen; verkillen; verkoelen afkoelen; blij maken; dorst lessen; fleurig maken; hernieuwen; in goede staat brengen; koel worden; koud worden; laven; nieuw leven inblazen; opfleuren; opfrissen; opknappen; opluchten; opmonteren; opschikken; opsieren; opsmukken; optuigen; renoveren; tooien; verfraaien; verfrissen; verkoelen; verkwikken; verlevendigen; verluchten; verversen; vrolijker worden; zich mooi maken
refroidir afkoelen; koelen; verkillen; verkoelen afkoelen; bekoelen; koel worden
se rafraîchir afkoelen; koelen; verkillen; verkoelen opfrissen; opkalefateren; opknappen; oplappen; opvijzelen; verfrissen; verkoelen; verkwikken; verlevendigen; zich laven; zich opfrissen; zich opknappen; zich verfrissen; zich verkwikken; zijn dorst stillen
se refroidir afkoelen; koelen; verkillen; verkoelen bekoelen

Wiktionary: koelen

koelen
Cross Translation:
FromToVia
koelen refroidir cool down — to become cooler (temperature

Verwante vertalingen van koel