Nederlands

Uitgebreide vertaling voor bezwaard (Nederlands) in het Frans

bezwaard:

bezwaard bijvoeglijk naamwoord

  1. bezwaard (belast)
    chargé

Vertaal Matrix voor bezwaard:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
chargé belast; bezwaard beladen; bevolen; geladen; opgedragen; opgeladen; opladen van een geweer

Verwante woorden van "bezwaard":

  • bezwaardheid

bezwaren:

bezwaren werkwoord (bezwaar, bezwaart, bezwaarde, bezwaarden, bezwaard)

  1. bezwaren (bezwaar aantekenen; bezwaar maken)
    se plaindre; plaindre; émettre des réserves; se lamenter de
    • se plaindre werkwoord
    • plaindre werkwoord (plains, plaint, plaignons, plaignez, )
    • se lamenter de werkwoord
  2. bezwaren (verzwaren; zwaarder maken; gewicht toevoegen)
    renforcer; alourdir; charger; apesantir; s'aggraver; s'alourdir
    • renforcer werkwoord (renforce, renforces, renforçons, renforcez, )
    • alourdir werkwoord (alourdis, alourdit, alourdissons, alourdissez, )
    • charger werkwoord (charge, charges, chargeons, chargez, )
    • apesantir werkwoord
    • s'aggraver werkwoord
    • s'alourdir werkwoord

Conjugations for bezwaren:

o.t.t.
  1. bezwaar
  2. bezwaart
  3. bezwaart
  4. bezwaren
  5. bezwaren
  6. bezwaren
o.v.t.
  1. bezwaarde
  2. bezwaarde
  3. bezwaarde
  4. bezwaarden
  5. bezwaarden
  6. bezwaarden
v.t.t.
  1. heb bezwaard
  2. hebt bezwaard
  3. heeft bezwaard
  4. hebben bezwaard
  5. hebben bezwaard
  6. hebben bezwaard
v.v.t.
  1. had bezwaard
  2. had bezwaard
  3. had bezwaard
  4. hadden bezwaard
  5. hadden bezwaard
  6. hadden bezwaard
o.t.t.t.
  1. zal bezwaren
  2. zult bezwaren
  3. zal bezwaren
  4. zullen bezwaren
  5. zullen bezwaren
  6. zullen bezwaren
o.v.t.t.
  1. zou bezwaren
  2. zou bezwaren
  3. zou bezwaren
  4. zouden bezwaren
  5. zouden bezwaren
  6. zouden bezwaren
diversen
  1. bezwaar!
  2. bezwaart!
  3. bezwaard
  4. bezwarend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor bezwaren:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
alourdir bezwaren; gewicht toevoegen; verzwaren; zwaarder maken verzwaren; zwaarder maken
apesantir bezwaren; gewicht toevoegen; verzwaren; zwaarder maken
charger bezwaren; gewicht toevoegen; verzwaren; zwaarder maken aandikken; aanklagen; aantijgen; beladen; belasten; beschuldigen; betichten; bevelen; bevrachten; commanderen; decreteren; farceren; gebieden; gelasten; geweer laden; incrimineren; inladen; insinueren; laden; op iets laden; opblazen; opdragen; opkloppen; opladen; opladen elektriciteit; opnieuw laden; opschroeven; opvullen; overdreven voorstellen; overdrijven; ten laste leggen; verdacht maken; verdenken; verladen; verordenen; vullen
plaindre bezwaar aantekenen; bezwaar maken; bezwaren condoleren; ideologie delen; medeleven betuigen; meeleven; meevoelen; sympathiseren
renforcer bezwaren; gewicht toevoegen; verzwaren; zwaarder maken aandikken; aanhalen; aanscherpen; bevestigen; consolideren; ergens aan bevestigen; iets overdreven voorstellen; intensiveren; opblazen; opkloppen; opschroeven; overdreven voorstellen; overdrijven; sterken; sterker maken; sterker worden; toespitsen; vastmaken; vastzetten; verhevigen; verscherpen; versterken; verstevigen
s'aggraver bezwaren; gewicht toevoegen; verzwaren; zwaarder maken aanscherpen; erger worden; escaleren; intensiveren; toespitsen; uit de hand lopen; verergeren; verhevigen; verslechteren; versterken
s'alourdir bezwaren; gewicht toevoegen; verzwaren; zwaarder maken aankomen; dikker worden; zwaarder worden
se lamenter de bezwaar aantekenen; bezwaar maken; bezwaren een klacht indienen; klagen; misnoegen uiten; over iets mopperen; zeuren; zich beklagen; zijn beklag indienen
se plaindre bezwaar aantekenen; bezwaar maken; bezwaren brommen; eisen; jammeren; jeremiëren; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen; reclameren; weeklagen; zeuren; zich beklagen
émettre des réserves bezwaar aantekenen; bezwaar maken; bezwaren

Verwante woorden van "bezwaren":