Overzicht


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor getreuzel (Nederlands) in het Frans

getreuzel:

getreuzel [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het getreuzel (getalm; geaarzel)
    la lenteurs; le retards; l'hésitations; la traînerie
  2. het getreuzel (futselarij; beuzelarij)
    la tracasserie; la balivernes; la bigoterie; la vétilles

Vertaal Matrix voor getreuzel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
balivernes beuzelarij; futselarij; getreuzel apekool; bakerpraatje; bakerpraatjes; flauwekul; gebabbel; gebeuzel; gekeuvel; geklets; gekwebbel; geleuter; gezwam; gezwets; humbug; klets; kletskoek; kolder; kolderverhaal; kul; larie; nonsens; onzin; oudewijvenpraat; rimram; waanzin; zotteklap
bigoterie beuzelarij; futselarij; getreuzel bigotterie; hypocrisie; kwezelarij; schijnheiligheid
hésitations geaarzel; getalm; getreuzel
lenteurs geaarzel; getalm; getreuzel
retards geaarzel; getalm; getreuzel oponthouden; vertragingen
tracasserie beuzelarij; futselarij; getreuzel gesol; treiteren
traînerie geaarzel; getalm; getreuzel
vétilles beuzelarij; futselarij; getreuzel