Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. cultuur:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor cultuur (Nederlands) in het Zweeds

cultuur:

cultuur [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de cultuur (kweek)
    odling
    • odling [-en] zelfstandig naamwoord
  2. de cultuur (teelt; reproductie; voortplanting; )
    odling; förfining; kultivering
  3. de cultuur (gewassenverbouwing)
    odling; agrikultur
  4. de cultuur
    kultur
    • kultur [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor cultuur:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
agrikultur cultuur; gewassenverbouwing landbouwbedrijf; landbouwkunde
förfining aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; fok; fokkerij; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting raffinement; verfijndheid
kultivering aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; fok; fokkerij; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting
kultur cultuur beschaving; civilisatie
odling aanfok; aankweek; aankweken; aanplant; cultuur; fok; fokkerij; gewassenverbouwing; kweek; kweken; reproductie; teelt; verbouw; voortbrenging; voortplanting grondbewerking
- beschaving

Verwante woorden van "cultuur":

  • cultuurtje

Synoniemen voor "cultuur":


Verwante definities voor "cultuur":

  1. de ontwikkeling van een volk1
    • de cultuur van het oude Egypte stond op een hoog niveau1
  2. de gewoontes van een volk1
    • de cultuur van de Nederlanders is anders dan die van de Belgen1
  3. het verbouwen van gewassen1
    • deze grond is nog niet in cultuur gebracht1
  4. kunst en wetenschappen1
    • Parijs is de stad van de cultuur1

Wiktionary: cultuur


Cross Translation:
FromToVia
cultuur kultur culture — arts, customs and habits
cultuur kultur Kultur — Gesamtheit des vom Menschen Geschaffenen und damit wesentliche Teile seiner Lebenswelt
cultuur kultur KulturArchäologie, Ethnologie: die Kultur[1] einer bestimmten Gemeinschaft
cultuur kultur culture — Traductions à trier suivant le sens