Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. masten:
  2. mast:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor masten (Nederlands) in het Zweeds

masten:

masten [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de masten (palen)
    master
    • master zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor masten:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
master masten; palen

Verwante woorden van "masten":


masten vorm van mast:

mast [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de mast (paal)
    påle; stång; stake
    • påle [-en] zelfstandig naamwoord
    • stång [-en] zelfstandig naamwoord
    • stake [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor mast:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
påle mast; paal brandstapel; pilaar; pool; staak
stake mast; paal kaarsenhouder; kaarsenstandaard; kandelaar; staak
stång mast; paal baton; dwarsbalk; dwarshout; pastille; plak; reep; reep chocolade; spijl; staaf; staf; stang; stijl; stok; tablet; tralie; tuchtroede

Verwante woorden van "mast":


Wiktionary: mast

mast
noun
  1. lange, rechtop staande paal midden op het schip
  2. palen waartussen (elektriciteits- of telefoon-)draden gespannen kunnen worden
  3. lange paal voor vlaggen

Cross Translation:
FromToVia
mast mast mast — support of a sail
mast stolpe; mast Mast — senkrecht stehender pfeilerähnlicher Träger (allgemein)
mast mast Mast — wie [1] aber speziell auf Schiffen (Plural 2, das Kollektiv Schiff ist bereits bestimmt)
mast mast mâtpièce de bois, de tôle ou d’acier, longue, ronde et droite, dresser sur un navire et destinée à porter les voiles.