Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. opheffing:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor opheffing (Nederlands) in het Zweeds

opheffing:

opheffing [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de opheffing (afschaffing)
    avskaffning; diskontinuitet
  2. de opheffing (het omhoogheffen)
    upphävande
  3. de opheffing (beëindigen; opheffen)
    flyttning; flyttnade

Vertaal Matrix voor opheffing:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avskaffning afschaffing; opheffing
diskontinuitet afschaffing; opheffing
flyttnade beëindigen; opheffen; opheffing
flyttning beëindigen; opheffen; opheffing doorstroming
upphävande het omhoogheffen; opheffing annuleren; annulering; cassatie; herroeping; intrekking; nietigverklaring; ongeldig verklaren; ongeldigheidsverklaring; tenietdoening; terugneming

Wiktionary: opheffing


Cross Translation:
FromToVia
opheffing upphöjande; höjande; lyftande; upphöjd; kulle élévation — Action d'élever

Verwante vertalingen van opheffing