Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. rozig:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor rozig (Nederlands) in het Zweeds

rozig:

rozig bijvoeglijk naamwoord

  1. rozig (rooskleurig)
    rosig; rosigt
    • rosig bijvoeglijk naamwoord
    • rosigt bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor rozig:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
rosig rooskleurig; rozig
rosigt rooskleurig; rozig blakend van gezondheid; fit; gezond; zonder ziekte

Verwante woorden van "rozig":

  • roziger, rozigere, rozige

Wiktionary: rozig


Cross Translation:
FromToVia
rozig rosa; skär rose — Couleur