Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. schans:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor schans (Nederlands) in het Zweeds

schans:

schans [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de schans (verschansing)
    befästning; värn; skyttegrav; förskansning

Vertaal Matrix voor schans:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
befästning schans; verschansing
förskansning schans; verschansing
skyttegrav schans; verschansing loopgraaf
värn schans; verschansing achterhoede

Verwante woorden van "schans":

  • schansen