Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. schisma:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor schisma (Nederlands) in het Zweeds

schisma:

schisma [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het schisma (geloofsafscheiding; afscheiding; scheuring)
    religiös konflikt
  2. het schisma (tweedracht; verdeeldheid; disharmonie; )
    meningsskiljaktighet

Vertaal Matrix voor schisma:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
meningsskiljaktighet conflict; disharmonie; onenigheid; scheuring; schisma; tweedracht; tweespalt; tweestrijd; twist; verdeeldheid; vete
religiös konflikt afscheiding; geloofsafscheiding; scheuring; schisma geloofsstrijd; religieus conflict

Wiktionary: schisma


Cross Translation:
FromToVia
schisma schism; splittring schism — split, division, separation, discord

Verwante vertalingen van schisma