Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. senior:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor senior (Nederlands) in het Zweeds

senior:

senior bijvoeglijk naamwoord

  1. senior (oudste)
    äldst
    • äldst bijvoeglijk naamwoord

senior [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de senior (oudste; nestor)
    senior; äldsta
    • senior [-en] zelfstandig naamwoord
    • äldsta zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor senior:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
senior nestor; oudste; senior
äldsta nestor; oudste; senior
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
äldst oudste; senior

Verwante woorden van "senior":

  • senioren, seniore