Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. stukspringen:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor stukspringen (Nederlands) in het Zweeds

stukspringen:

stukspringen werkwoord (spring stuk, springt stuk, sprong stuk, sprongen stuk, stukgesprongen)

  1. stukspringen
    bryta i bitar
    • bryta i bitar werkwoord (bryter i bitar, bröt i bitar, brutit i bitar)

Conjugations for stukspringen:

o.t.t.
  1. spring stuk
  2. springt stuk
  3. springt stuk
  4. springen stuk
  5. springen stuk
  6. springen stuk
o.v.t.
  1. sprong stuk
  2. sprong stuk
  3. sprong stuk
  4. sprongen stuk
  5. sprongen stuk
  6. sprongen stuk
v.t.t.
  1. ben stukgesprongen
  2. bent stukgesprongen
  3. is stukgesprongen
  4. zijn stukgesprongen
  5. zijn stukgesprongen
  6. zijn stukgesprongen
v.v.t.
  1. was stukgesprongen
  2. was stukgesprongen
  3. was stukgesprongen
  4. waren stukgesprongen
  5. waren stukgesprongen
  6. waren stukgesprongen
o.t.t.t.
  1. zal stukspringen
  2. zult stukspringen
  3. zal stukspringen
  4. zullen stukspringen
  5. zullen stukspringen
  6. zullen stukspringen
o.v.t.t.
  1. zou stukspringen
  2. zou stukspringen
  3. zou stukspringen
  4. zouden stukspringen
  5. zouden stukspringen
  6. zouden stukspringen
diversen
  1. spring stuk!
  2. springt stuk!
  3. stukgesprongen
  4. stukspringend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor stukspringen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bryta i bitar stukspringen