Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. trut:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor trut (Nederlands) in het Zweeds

trut:

trut [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de trut (troela; troel)
    fnask
    • fnask [-ett] zelfstandig naamwoord !
  2. de trut (takkewijf)
    åsna; klantskalle

Vertaal Matrix voor trut:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fnask troel; troela; trut
klantskalle takkewijf; trut beunhaas; druiloor; koekenbakker; oen; schaapskop; sufferd; sul
åsna takkewijf; trut ezel; ezelin

Verwante woorden van "trut":

  • trutten