Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. zoekers:
  2. zoeker:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor zoekers (Nederlands) in het Zweeds

zoekers:

zoekers [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de zoekers
    letare; sökare
    • letare zelfstandig naamwoord
    • sökare [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor zoekers:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
letare zoekers
sökare zoekers aanvraagster; aanvrager; aanvragers; rekwestrant; rekwestranten; verzoeker; verzoekers; verzoekster; vraagster; zoeker

Verwante woorden van "zoekers":


zoekers vorm van zoeker:

zoeker [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de zoeker
    sökare
    • sökare [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor zoeker:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sökare zoeker aanvraagster; aanvrager; aanvragers; rekwestrant; rekwestranten; verzoeker; verzoekers; verzoekster; vraagster; zoekers

Verwante woorden van "zoeker":

  • zoekers, zoekertje, zoekertjes, zoekertjes