Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. ribba:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor ribba (Zweeds) in het Duits

ribba:

ribba [-en] zelfstandig naamwoord

  1. ribba (tvärbom; tvärslå)
    die Torlatte
    • Torlatte [die ~] zelfstandig naamwoord
  2. ribba (stång; bjälke)
    die Stange; der Stab; Gitter; Gitterwerk; die Vergitterung; der Gitterstab

Vertaal Matrix voor ribba:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Gitter bjälke; ribba; stång gallerstängsel; grill; kallerverk; knäppning; skärm; staket
Gitterstab bjälke; ribba; stång
Gitterwerk bjälke; ribba; stång kallerverk; skärm
Stab bjälke; ribba; stång käpp; stafettpinne; stav; stavhoppsstav; stång; taktpinne
Stange bjälke; ribba; stång chokladstång; käpp; liten guld tacka; påle; stake; stav; stång
Torlatte ribba; tvärbom; tvärslå
Vergitterung bjälke; ribba; stång inhägnande; kallerverk; skärm; staket; stängsel

Synoniemen voor "ribba":


Wiktionary: ribba

ribba
noun
  1. Sport: waagerechter Teil eines Tores
  2. langes, vierkantiges Holz, dünner als ein Balken, dicker als eine Leiste und schmaler als ein Brett

Cross Translation:
FromToVia
ribba Barren; Block; Stange bar — solid object with uniform cross-section
ribba Querlatte crossbar — the top of the goal structure
ribba Stange; Barre barre — tige de bois ou de métal (1)