Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. sporre:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor sporre (Zweeds) in het Duits

sporre:

sporre [-en] zelfstandig naamwoord

  1. sporre
    der Anstoß; der Aufstieg; der Anreiz; der Aufschwung; der Impuls; der Ansporn
    • Anstoß [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Aufstieg [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Anreiz [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Aufschwung [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Impuls [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Ansporn [der ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor sporre:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Anreiz sporre anstiftan; impuls; infall; initiativ; lyft; nyck; puff uppåt; sporrning; stimulerande; tillskyndan; uppmaning; uppsving; uppvigling
Ansporn sporre anstiftan; sporrning; stimulerande; tillskyndan; uppmaning; uppvigling
Anstoß sporre bump; dunk; impuls; infall; initiativ; lätt knuff; mål; nyck; slag; sporrning; stimulerande; stöt
Aufschwung sporre högkonjunktur; uppåtgående slag; uppåtsving
Aufstieg sporre bildning; själskultur; start; uppstigning; utgångspunkt; utveckling
Impuls sporre impuls; infall; instinkter; intuition; lyft; nyck; puff uppåt; sporrning; stimulerande; uppsving

Synoniemen voor "sporre":


Wiktionary: sporre

sporre
noun
  1. der Grund, die innere Triebfeder für ein bestimmtes Verhalten oder Tun

Cross Translation:
FromToVia
sporre Sporn spur — A rigid implement, often roughly y-shaped, that is fixed to one's heel for purpose of prodding a horse
sporre Sporn éperon — Crochet de talon (1)

Verwante vertalingen van sporre