Overzicht
Zweeds naar Engels:   Meer gegevens...
  1. bom:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor bom (Zweeds) in het Engels

bom:

bom zelfstandig naamwoord

  1. bom (barriär; spärr; skrank; avspärrning; tullbom)
    the barrier
    • barrier [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. bom (tvärslå)
    the crossbar
    • crossbar [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor bom:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
barrier avspärrning; barriär; bom; gräns; skrank; spärr; tullbom barriär; hinder; stängande; vägspärr
crossbar bom; tvärslå ribba; tvärbom; tvärslå
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
barrier skranka
crossbar målribba; nare

Synoniemen voor "bom":


Wiktionary: bom

bom
noun
  1. a failure to hit
  2. movable barrier
  3. horizontal member of a crane
  4. spar extending the foot of a sail
  5. solid object with uniform cross-section

Cross Translation:
FromToVia
bom level-crossing gate; railroad-crossing gate BahnschrankeVerkehrswesen: verkehrstechnische Absicherungen von Bahnübergängen für Fußgänger oder auch für Fahrzeuge aller Art
bom boom Baumwaagerechte Stange am Ende (meist unteren) eines Segels
bom barrier; fence; bar barrièreassemblage de plusieurs pièces de bois ou d'autres matériaux, servir à fermer un passage.
bom boom bômebarre rigide prendre appui en bas du mât d'un bateau à voile et sur laquelle est fixée la partie inférieure de la grand-voile, ce qui permet de l'orienter.